Station Eindhoven, signalisatie op weg

KiM: prijsprikkels kunnen spitsreizen ontmoedigen

Meer thuiswerken kan de oplossing zijn voor de drukte op de weg en in het OV. Die hoop werd tijdens de afgelopen maanden vaak uitgesproken. Maar als werknemers na de coronacrisis weer massaal op dezelfde momenten en dagen op pad gaan, blijven de mobiliteitseffecten beperkt. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kan verschillende maatregelen nemen om de spreiding van mobiliteit te stimuleren, concludeert het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

In het nieuwe onderzoek ‘Gaat het reizen voor werk en studie door COVID structureel veranderen?‘ richtte KiM zich op het woon-werkverkeer en het woon-onderwijsverkeer na corona. Ruim de helft van de werkende Nederlanders heeft tijdens de coronaperiode thuisgewerkt en op afstand vergaderd. De helft daarvan denkt dit structureel vaker te blijven doen dan voor het virus. Maar nog steeds zijn er enkele maatregelen waar de overheid en dan met name IenW aandacht voor moeten hebben als ze de spitsdrukte en congestie willen aanpakken.

Maatregelen spreiding

Volgens het KiM moet de overheid nadenken over prijsprikkels, zodat medewerkers daadwerkelijk een financiële stimulans hebben om niet tijdens de spitsuren te reizen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan ingrepen gericht op de woon-werkvergoeding. Een tweede aandachtspunt is de afhankelijkheid tussen verschillende systemen. Vaak zijn bedrijven en onderwijsinstellingen gebonden aan openingstijden van bijvoorbeeld scholen en opvang. Daarnaast dient het ministerie meer aandacht te geven aan afspraken en samenwerking met werkgevers, scholen en regionale netwerken.

Als laatste is het volgens de KiM-onderzoekers verstandig om breder te kijken dan alleen naar thuiswerken, televergaderen en thuisonderwijs. Niet alle werknemers en functies lenen zich daarvoor namelijk en het stimuleren van bereikbaarheid en duurzame mobiliteit is dus breder. “Aandacht voor bijvoorbeeld een inzet op goede OV- en fietsvoorzieningen nabij bedrijvigheid en scholen blijft belangrijk.”

Voor het thuiswerken en televergaderen zou de overheid moeten overwegen om een cultuur met meer thuiswerken en televergaderen meer te ondersteunen. Werknemers hebben tijdens COVID weliswaar massaal thuisgewerkt, maar het blijft de vraag of deze veranderingen in een hybride situatie standhouden. Daarnaast kan de overheid fiscale mogelijkheden verruimen. Werkgevers willen wel arbo-gerelateerde faciliteiten aanbieden, maar dat kan lang niet altijd fiscaalvriendelijk. De huidige regelingen, bijvoorbeeld rond de thuiswerkvergoeding, zijn bovendien vaak complex. Vooral voor kleinere organisaties.

Minder verplaatsingen voor werk

In dit onderzoek keek het Kennisinstituut dus naar de impact van het structurele thuiswerken en meer thuisonderwijs op mobiliteit. Minder verkeer naar kantoor betekent waarschijnlijk minder woon-werkverplaatsingen. De verwachting is een afname van 10 tot 13 procent. Als er rekening wordt gehouden met reizen die worden gemaakt als compensatie en de kans dat er een verschuiving plaatsvindt tussen vervoerwijzen, is er sprake van een dempend effect. Dit gaat bij de trein om een afname van de 3,9 en 8,8 procent  en voor bus, tram en metro om tussen de 3,5 tot 8,1 procent.

Het grootste effect is dan ook merkbaar bij het openbaar vervoer. Voor de auto is de verwachting dat de afgelegde afstand slechts zal zal worden gedempt met 1,1 tot 3,6 procent. Dit is onder andere te verklaren doordat het openbaar vervoer relatief veel gebruikt wordt voor woon-werkverplaatsingen, onderwijsverplaatsingen en zakelijke ritten. Bovendien geven vooral OV-reizigers aan in de toekomst vaker thuis te blijven werken.

Tekst loopt door onder afbeelding

De ontwikkelingen van het afgelopen anderhalf jaar zijn minimaal of wellicht zelfs positief voor actieve modaliteiten. De effecten van het thuiswerken, televergaderen en thuisonderwijs kunnen een dempend effect veroorzaken voor het fietsgebruik van 1,7 procent, maar hierdoor kan het ook juist groeien tot wel 0,5 procent. Lopen neemt ook toe met 1,3 tot 3,5 procent, met name vanwege de compenserende reizen.

Spits

Naar verwachting hebben deze ontwikkelingen daarnaast impact op de spreiding en dus de spitsdrukte. Vooral op woensdag en vrijdag wordt rekening gehouden met een daling. De grootste effecten worden verwachting tijdens de ochtendspits. In de middagspits is het aandeel woon-werkverkeer, zakelijke reizen en woon-onderwijsreizen wat minder groot en dus de impact minder. De KiM-onderzoekers denken dat de congestie en piekdrukte vooral in de trein kunnen afnemen.

Tekst loopt door onder afbeelding

In de afgelopen maanden is vaak gewezen op de kans om de spits te ontlasten wanneer werknemers vroeger of juist later kunnen starten. Deze studie wijst uit dat werkenden die van plan zijn om minstens één uur per week thuis te blijven werken ook denken minder vaak tijdens de spits te reizen. Aan de andere kant zijn er weinig mensen die van plan zijn de hele werkdag te verschuiven. Met andere woorden: niet veel werknemers lijken enthousiast te worden bij het beeld dat ze pas om 11 uur beginnen en dan om 19 uur naar huis mogen.

Enkele respondenten leken interesse te hebben in de de mogelijkheid om ’s ochtends later te vertrekken of juist in de middag eerder naar huis te gaan en daar de werkdag af te maken. Maar de meerderheid is hiervan geen voorstander. “Dit belet hen om in een goede werkflow te komen en bovendien voelt de reistijd al snel aan als extra belastend als ze maar een deel van de dag op kantoor zijn.” Volgens het KiM zal het dempende effect op het reizen in de spits door structureel spitsmijden klein zijn.

Lange termijn

Ondanks de impact van het digitale werken en studeren, denken de KiM-onderzoekers dat de mobiliteit na COVID niet zal dalen. Er wordt over de hele linie niet minder gereisd, maar de afgelegde afstand neemt minder snel toe dan zonder COVID het geval zou zijn. Dit is dus het dempende effect. Verschillende andere factoren zorgen juist voor meer mobiliteit, zoals bevolkingsgroei en economische groei. De omvang van de structurele gedragsveranderingen in werken en studeren zal dan ook onder meer afhangen van het succes van hybride werkvormen.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

KiM: prijsprikkels kunnen spitsreizen ontmoedigen - VerkeersNet
Station Eindhoven, signalisatie op weg

KiM: prijsprikkels kunnen spitsreizen ontmoedigen

Meer thuiswerken kan de oplossing zijn voor de drukte op de weg en in het OV. Die hoop werd tijdens de afgelopen maanden vaak uitgesproken. Maar als werknemers na de coronacrisis weer massaal op dezelfde momenten en dagen op pad gaan, blijven de mobiliteitseffecten beperkt. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kan verschillende maatregelen nemen om de spreiding van mobiliteit te stimuleren, concludeert het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

In het nieuwe onderzoek ‘Gaat het reizen voor werk en studie door COVID structureel veranderen?‘ richtte KiM zich op het woon-werkverkeer en het woon-onderwijsverkeer na corona. Ruim de helft van de werkende Nederlanders heeft tijdens de coronaperiode thuisgewerkt en op afstand vergaderd. De helft daarvan denkt dit structureel vaker te blijven doen dan voor het virus. Maar nog steeds zijn er enkele maatregelen waar de overheid en dan met name IenW aandacht voor moeten hebben als ze de spitsdrukte en congestie willen aanpakken.

Maatregelen spreiding

Volgens het KiM moet de overheid nadenken over prijsprikkels, zodat medewerkers daadwerkelijk een financiële stimulans hebben om niet tijdens de spitsuren te reizen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan ingrepen gericht op de woon-werkvergoeding. Een tweede aandachtspunt is de afhankelijkheid tussen verschillende systemen. Vaak zijn bedrijven en onderwijsinstellingen gebonden aan openingstijden van bijvoorbeeld scholen en opvang. Daarnaast dient het ministerie meer aandacht te geven aan afspraken en samenwerking met werkgevers, scholen en regionale netwerken.

Als laatste is het volgens de KiM-onderzoekers verstandig om breder te kijken dan alleen naar thuiswerken, televergaderen en thuisonderwijs. Niet alle werknemers en functies lenen zich daarvoor namelijk en het stimuleren van bereikbaarheid en duurzame mobiliteit is dus breder. “Aandacht voor bijvoorbeeld een inzet op goede OV- en fietsvoorzieningen nabij bedrijvigheid en scholen blijft belangrijk.”

Voor het thuiswerken en televergaderen zou de overheid moeten overwegen om een cultuur met meer thuiswerken en televergaderen meer te ondersteunen. Werknemers hebben tijdens COVID weliswaar massaal thuisgewerkt, maar het blijft de vraag of deze veranderingen in een hybride situatie standhouden. Daarnaast kan de overheid fiscale mogelijkheden verruimen. Werkgevers willen wel arbo-gerelateerde faciliteiten aanbieden, maar dat kan lang niet altijd fiscaalvriendelijk. De huidige regelingen, bijvoorbeeld rond de thuiswerkvergoeding, zijn bovendien vaak complex. Vooral voor kleinere organisaties.

Minder verplaatsingen voor werk

In dit onderzoek keek het Kennisinstituut dus naar de impact van het structurele thuiswerken en meer thuisonderwijs op mobiliteit. Minder verkeer naar kantoor betekent waarschijnlijk minder woon-werkverplaatsingen. De verwachting is een afname van 10 tot 13 procent. Als er rekening wordt gehouden met reizen die worden gemaakt als compensatie en de kans dat er een verschuiving plaatsvindt tussen vervoerwijzen, is er sprake van een dempend effect. Dit gaat bij de trein om een afname van de 3,9 en 8,8 procent  en voor bus, tram en metro om tussen de 3,5 tot 8,1 procent.

Het grootste effect is dan ook merkbaar bij het openbaar vervoer. Voor de auto is de verwachting dat de afgelegde afstand slechts zal zal worden gedempt met 1,1 tot 3,6 procent. Dit is onder andere te verklaren doordat het openbaar vervoer relatief veel gebruikt wordt voor woon-werkverplaatsingen, onderwijsverplaatsingen en zakelijke ritten. Bovendien geven vooral OV-reizigers aan in de toekomst vaker thuis te blijven werken.

Tekst loopt door onder afbeelding

De ontwikkelingen van het afgelopen anderhalf jaar zijn minimaal of wellicht zelfs positief voor actieve modaliteiten. De effecten van het thuiswerken, televergaderen en thuisonderwijs kunnen een dempend effect veroorzaken voor het fietsgebruik van 1,7 procent, maar hierdoor kan het ook juist groeien tot wel 0,5 procent. Lopen neemt ook toe met 1,3 tot 3,5 procent, met name vanwege de compenserende reizen.

Spits

Naar verwachting hebben deze ontwikkelingen daarnaast impact op de spreiding en dus de spitsdrukte. Vooral op woensdag en vrijdag wordt rekening gehouden met een daling. De grootste effecten worden verwachting tijdens de ochtendspits. In de middagspits is het aandeel woon-werkverkeer, zakelijke reizen en woon-onderwijsreizen wat minder groot en dus de impact minder. De KiM-onderzoekers denken dat de congestie en piekdrukte vooral in de trein kunnen afnemen.

Tekst loopt door onder afbeelding

In de afgelopen maanden is vaak gewezen op de kans om de spits te ontlasten wanneer werknemers vroeger of juist later kunnen starten. Deze studie wijst uit dat werkenden die van plan zijn om minstens één uur per week thuis te blijven werken ook denken minder vaak tijdens de spits te reizen. Aan de andere kant zijn er weinig mensen die van plan zijn de hele werkdag te verschuiven. Met andere woorden: niet veel werknemers lijken enthousiast te worden bij het beeld dat ze pas om 11 uur beginnen en dan om 19 uur naar huis mogen.

Enkele respondenten leken interesse te hebben in de de mogelijkheid om ’s ochtends later te vertrekken of juist in de middag eerder naar huis te gaan en daar de werkdag af te maken. Maar de meerderheid is hiervan geen voorstander. “Dit belet hen om in een goede werkflow te komen en bovendien voelt de reistijd al snel aan als extra belastend als ze maar een deel van de dag op kantoor zijn.” Volgens het KiM zal het dempende effect op het reizen in de spits door structureel spitsmijden klein zijn.

Lange termijn

Ondanks de impact van het digitale werken en studeren, denken de KiM-onderzoekers dat de mobiliteit na COVID niet zal dalen. Er wordt over de hele linie niet minder gereisd, maar de afgelegde afstand neemt minder snel toe dan zonder COVID het geval zou zijn. Dit is dus het dempende effect. Verschillende andere factoren zorgen juist voor meer mobiliteit, zoals bevolkingsgroei en economische groei. De omvang van de structurele gedragsveranderingen in werken en studeren zal dan ook onder meer afhangen van het succes van hybride werkvormen.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.