Fietsers met mondkapje voor tram GVB

Door deze factoren blijven mensen meer lopen en fietsen na COVID

Foto: Inge

Tijdens de coronacrisis werd het voornemen om meer mensen aan het lopen en fietsen te krijgen werkelijkheid. Nu veel regels weer worden losgelaten ligt echter een terugkeer naar oud gedrag op de loer. De vraag is dus: zijn er gedragsfactoren die deze verandering in gedrag kunnen bestendigen of zelfs uitbreiden?

Dit vraagstuk heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voorgelegd aan de Hogeschool van Amsterdam. Onderzoekers hebben gekeken welke gedragsfactoren al bekend zijn die loop- en fietsgedrag bevorderen of juist belemmeren, welke factoren bij een groep respondenten hebben bijgedragen aan de toename van het loop- en fietsgedrag en welke interventierichtingen het ministerie kan volgen om dit gedrag structureel te maken.

Dit is onderzocht in literatuur, maar ook in interviews met inwoners uit de Randstad die tussen maart 2020 en augustus 2021 meer zijn gaan lopen. Er is bewust alleen met inwoners in Utrecht, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam gesproken, om verschillen tussen stedelijk en ruraal gebied te voorkomen en omdat het OV in de grote steden vaak een goed alternatief is.

Gewoonte

De mentale en fysieke gesteldheid bleek een belangrijke reden te zijn om vaker actief op pad te gaan. Respondenten gaven vaak aan moeite te hebben met het thuiszitten en met het wegvallen van activiteiten. Door een rondje te wandelen ervoeren ze nog rust, plezier of een manier om het hoofd leeg te maken. Respondenten gaven aan hierdoor meer waardering te krijgen voor de natuur of juist de architectuur in een stad. Fietsers zeiden vooral hierdoor een gevoel van vrijheid te ervaren en fit te willen blijven.

Meer lopen en fietsen blijkt inmiddels een gewoonte te zijn geworden die door de respondenten in hun dagelijkse leven is geïntegreerd. Een opvallende conclusie, omdat al lang wordt gewaarschuwd dat juist het veranderen van gedrag zo moeilijk is. “Volgens de literatuur is een opgebouwde gewoonte een belangrijke voorspeller van toekomstig loop- en fietsgedrag”, benadrukken de onderzoekers van de hogeschool.

Structureel

Toch zijn vooral de respondenten die meer zijn gaan lopen er niet zeker van dat ze dit gedrag in de toekomst kunnen volhouden. Vaak hebben ze die ambitie wel en zien ze de positieve gevolgen, maar twijfelen ze toch. Dit komt vooral door de extra tijd die het kost. “Als de dagelijkse activiteiten weer toenemen dachten ze mogelijk geen tijd meer te hebben voor hun huidige loopgedrag”, aldus de onderzoekers.

Daarnaast vinden veel mensen het prettig om samen met iemand te lopen, om op die manier sociale contacten te onderhouden en andere mensen te blijven zien. Het toekomstige loopgedrag voor deze groep hangt er dus vanaf of ze in de toekomst een andere persoon kunnen vinden om mee op pad te gaan. Dat zou lastiger kunnen worden als alles weer open is en er meer verplichtingen komen.

Infrastructuur

Niet alleen interne motivatie is van belang – ook de fysieke omgeving speelt een grote rol in het besluit om ander gedrag te vertonen. Het comfort en de veiligheid van de infrastructuur kunnen ervoor zorgen dat mensen vaker de auto laten staan. Verbeterpunten die zijn aangedragen om vaker te blijven fietsen zijn goed onderhouden, naast de weg liggende fietspaden en wegbewijzering. Om te lopen is de staat van de wandelpaden belangrijk. Respondenten gaven daarnaast aan graag meer wandelroutes in de omgeving te hebben.

Kansen en uitdagingen voor richtingen

Op basis van dit onderzoek zijn een paar handvatten te geven aan overheden die willen dat Nederlanders vaker gaan fietsen en lopen. Het is bijvoorbeeld slim om aan te sluiten bij de positieve gevoelens die zij daardoor ervaren, zoals de rust en de voordelen voor de gezondheid. Loopgedrag stimuleren kan daarnaast worden gedaan door het sociale aspect hiervan extra onder de aandacht te brengen, terwijl meer fietsen sterk zal afhangen van de investeringen in de fysieke ruimte. Meer goede fietspaden zullen waarschijnlijk leiden tot meer fietsers.

Een uitdaging die de onderzoekers zien is dus wat zij noemen de ‘lage zelfeffectiviteit’. Daarmee bedoelen ze dat mensen het lastig kunnen vinden om te blijven lopen als ze straks weer allerlei activiteiten mogen uitvoeren, omdat lopen tijdsintensief is. “Voor die mensen zou het kunnen helpen om met behulp van voorbeelden te laten zien welke oplossingen anderen hebben om met die belemmeringen omgaan.”

Profielen

Tijdens het onderzoek is een groot aantal verschillende antwoorden gegeven over de verandering van gedrag, de motieven en eventueel belemmerende factoren. Maar tegelijkertijd kunnen de antwoorden wel in clusters worden opgedeeld. Dat hebben de onderzoekers gedaan en het leidde tot zes profielen, waarbij voor elke subgroep aparte aanbevelingen zijn gegeven. Dit maakt het mogelijk om interventies en communicatie specifieker op een bepaalde doelgroep af te stemmen, en deze daarbij te richten op de voor die groep geldende kansen en belemmeringen.

Lees het hele onderzoek en de aanbevelingen per profiel.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve jaaraanbieding: € 7,50 i.p.v. € 10,50. 

Bekijk de aanbieding

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.