Geloofwaardigheid snelheidslimiet
SWOV-rapport

Methode om snelheidslimiet te bepalen voldoet niet

Van de acht kenmerken die gebruikt worden om de geloofwaardige snelheidslimiet te bepalen, blijken er vijf niet relevant.ANP / Hollandse Hoogte / Peter Hilz, 2022

Van de acht wegkenmerken waarvan tot nu toe werd aangenomen dat ze de geloofwaardigheid van een snelheidslimiet beoordelen, blijken er slechts drie dit daadwerkelijk te doen. Een validatie-onderzoek dat SWOV naar het eigen VSGS-instrument heeft uitgevoerd, laat dit zien. SWOV beveelt wegbeheerders aan om de geloofwaardigheid van snelheidslimieten aan de hand van deze drie kenmerken te bepalen. De kenmerken zijn: het wegbeeld, de rijbaanbreedte en de (lengte van de) rechtstanden. Projectleider Govert Schermers geeft een toelichting.

Wat houdt de VSGS-methode precies in?

VSGS (Veilige Snelheden, Geloofwaardige Snelheidslimieten) is een instrument waarmee kan worden bepaald welke snelheden voor een weg veilig zijn en of de gestelde snelheidslimieten geloofwaardig zijn gezien het wegbeeld. De eerste versie hiervan verscheen in 2007. Bij ‘veilige snelheden’ moet je bijvoorbeeld denken aan snelheden van maximaal 30 km/uur op plekken waar voetgangers en fietsers mengen met gemotoriseerd verkeer en snelheden van maximaal 70 km/uur als er frontale conflicten mogelijk zijn. De beoordeling of een snelheid veilig is, gaat uit van natuurkundige wetten. Dat is het VS-deel.

Om te beoordelen of de snelheidslimiet geloofwaardig is, wordt een weg op acht kenmerken gescoord. Van deze kenmerken wordt verondersteld dat ze een vertragend (-1), een neutraal (0) of een versnellend (+1) effect hebben op de rijsnelheid. Het gaat dan om: een geslotenverklaring, de rijrichtingscheiding, het wegbeeld, de rijbaanbreedte, de rijstrookbreedte, het aantal rijstroken, de (lengte van de) rechtstanden en de dichtheid van erfaansluitingen en/of kruisingen.

De optelsom van deze scores vormt de GS-score. Locaties met een GS-score rond 0 hebben volgens deze methode een geloofwaardige snelheidslimiet. Een hoge positieve GS-score (dus veel versnellers) suggereert dat er harder gereden zal worden dan de limiet aangeeft, en een negatieve score (veel vertragers), dat er langzamer zal worden gereden.

Welke aanwijzingen kreeg SWOV om het GS-deel aan een validatieonderzoek te onderwerpen?

Het VS-gedeelte van het instrument staat niet ter discussie. Vanuit de natuurkundige principes weten we immers hoe de krachten werken bij botsingen van verschillende snelheden en massa’s. Maar over het GS-deel zijn in de loop der jaren twijfels ontstaan: hoe stevig is het bewijs dat bepaalde wegkenmerken samenhangen met de geloofwaardigheid van een snelheidslimiet?

Een aantal verkennende onderzoeken hebben geen relatie gevonden tussen een aantal GS- kenmerken en gereden snelheden. Vanwege de twijfel over die stevigheid hebben we besloten om hier een validatie-onderzoek naar te doen.

Hoe zijn jullie voor de validatie te werk gegaan?

We hebben als eerste gekeken naar wat er in de literatuur bekend is over de relatie tussen wegkenmerken, de geloofwaardigheid van de limiet en het snelheidsgedrag. Vervolgens hebben we gekeken of er een relatie is tussen de GS-score en het snelheidsgedrag (de gemiddelde snelheid en de zogeheten V85) op 30-, 50-, 60- en 80 km/uur-wegen, en op alle wegen samengenomen. En tenslotte wilden we de vraag beantwoorden of er evidentie is dat de GS-kenmerken afzonderlijk en in samenhang leiden tot veranderingen in snelheidsgedrag.

Wat kwam er uit het onderzoek?

In het kort komt het erop neer dat het huidige GS-instrument niet valide is voor wegen binnen of buiten de bebouwde kom: slechts drie van de acht huidige wegkenmerken voorspellen de vrij gekozen snelheid. De drie kenmerken die wel bruikbaar zijn om de GS vast te stellen zijn: het wegbeeld, de rijbaanbreedte en de rechtstand. Met vrij gekozen snelheid bedoelen we rijsnelheden die bestuurders kiezen als ze niet beïnvloed worden door ander verkeer.

Wat kunnen wegbeheerders met de uitkomst van dit onderzoek?

Wij bevelen aan om voor de GS-score voortaan uit te gaan van drie wegkenmerken: het wegbeeld, de rijbaanbreedte en de rechtstanden.

Afhankelijk van de score is het voor de wegbeheerder de uitdaging om de versnellers zodanig aan te passen dat het verkeer wordt gestimuleerd langzamer te rijden. Dat kan bijvoorbeeld door de rijbaan te versmallen, lange rechtstanden op te breken en een zeer open wegbeeld te beperken.
Dit laatste is niet makkelijk te beïnvloeden. Als er een open wegbeeld is, dan is het dus des te belangrijker om andere kenmerken als vertrager toe te passen (score -1).

Rapport SWOV
Een overzicht van de drie wegkenmerken en de bijbehorende scores.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve jaaraanbieding: € 7,50 i.p.v. € 10,50. 

Bekijk de aanbieding

Auteur: Marloes Kanselaar

Marloes Kanselaar is vaste redacteur voor VerkeersNet en werkt nauw samen met de redacteuren van OVPro.nl en TaxiPro.nl. Na een studie Journalistiek werkte ze voor het AD/Rotterdams Dagblad en deed ze commerciële schrijfervaring op bij webwinkel Coolblue. Een Rotterdamse in hart en nieren, die de lezer van VerkeersNet graag op de hoogte houdt van alle ontwikkelingen in de verkeers-en mobiliteitswereld.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.