MaaS-pilots hebben allemaal een andere insteek

Over de landsgrens, in een vinexwijk of voor yuppen. De zeven Mobility as a Service-pilots die het ministerie van Intrastructuur en Waterstaat aanbesteedt, hebben allemaal een andere focus. Woensdag kregen marktpartijen uitleg over de pilots.

Zeven pilots besteedt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan, zo valt op te maken uit het marktconsultatiedocument. Woensdag werden marktpartijen in de Stadsgehoorzaal in Leiden bijgepraat tijdens een zogenoemde marktconsultatiesessie. De bedoeling is dat de aanbesteding start aan het eind van het eerste kwartaal van 2018. De precieze invulling van de pilots ligt nog helemaal open. Wel heeft ieder project een specifieke focus.

Landsgrenzen

Zo moet de pilot in Limburg meerdere landsgrenzen gaan beslaan. Momenteel belemmeren de grenzen met België en Duitsland multimodale, grensoverschrijdende mobiliteit, zo is te lezen. Daardoor zijn er onvoldoende alternatieven voor de auto – die daardoor veelvuldig gebruikt wordt. Dit moet veranderen, vindt het ministerie. Multimodaal, grensoverschrijdend reizen moet makkelijker en het autogebruik moet naar beneden.

Ook in de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn wordt de auto veelvuldig gebruikt, ziet het ministerie. Het autobezit is hier ‘gemiddeld hoog’. En bovendien raakt het verkeerssysteem waarschijnlijk overbelast als er de komende tien, vijftien jaar nog eens 25.000 inwoners bijkomen. Vandaar dat de pilot hier bewoners moet gaan verleiden om alternatieve vervoersopties te kiezen. En om misschien de auto wel weg te doen.

Wegwerkzaamheden

De auto zorgt ook voor problemen op de Amsterdamse Zuidas. Er is grote file druk en die zal komende jaren door grote wegwerkzaamheden alleen maar toenemen, voorziet het ministerie. Een multimodaal vervoersaanbod kan de bereikbaarheid verbeteren, is het idee en dat is daarom dan ook de focus van de pilot hier.

Tekst loopt door onder de foto

De pilot in Noord-Nederland heeft ook tot doel de bereikbaarheid te vergroten – van het Drentse en Groninger platteland om precies te zijn. Want die bereikbaarheid staat flink onder druk. Verregaande bundeling en integratie van verschillende vervoerstromen – inclusief doelgroepenvervoer – moet hier voor gaan zorgen. De pilot in Twente heeft grofweg dezelfde insteek – de regio worstelt ook met dezelfde problemen.

Luchthaven

Rotterdam-The Hague Airport ligt dan wel in de randstad, de bereikbaarheid laat ook hier te wensen over. De luchthaven is momenteel alleen per auto goed bereikbaar. Daarom heeft de pilot hier als focus: de ontsluiting van de luchthaven op duurzame en multimodale vervoersmiddelen verbeteren. Dat moet, verwacht het ministerie, niet alleen goed zijn voor de vele reizigers en medewerkers, maar ook voor de regionale economie.

De pilot in Eindhoven heeft weer een hele andere insteek. Alle zakelijke mobiliteitsbewegingen van de 2000 medewerkers van de gemeente duurzaam en emissie-vrij maken is het doel. Hoe? Één of meerdere mobiliteitspartners moeten straks een breed scala aan duurzame vervoersmiddelen aanbieden, waarna de ambtenaar het meest duurzame vervoersmiddel kan kiezen. Ook andere organisaties in de stad haken aan bij het initiatief.

Vragen, vragen, vragen

Met de proefprojecten hoopt het ministerie antwoord te krijgen op verschillende vragen. Bijvoorbeeld welke gedragsveranderingen in verplaatsingen er kunnen ontstaan. Of wat de obstakels zijn om publieke en semi-publieke vervoersaanbieders te integreren in MaaS. En in hoeverre facilitering, regie of sturing nodig is vanuit de regionale overheid. Ook moet duidelijk worden wat de toekomst is van de OV-chipkaart en of MaaS een goed businessmodel oplevert voor de verschillende vervoersaanbieders.

VERKEERSNET organiseert 6 maart volgend jaar een congres over MaaS. Wie een bijdrage wil leveren, wordt uitgenodigd om een paper in te sturen. Dat kan via de volgende link.


Mail de redactie

MEER OVER DIT ONDERWERP