A4 Ketheltunnel, snelweg

Daling autoverkeer in 2030 en 2040 bij lage economische groei

Bij een lage economische groei wordt voor 2030 en 2040 een beperkte daling van het aantal gereden autokilometers verwacht. Ook het aantal verplaatsingen per auto zal ook over tien jaar 2 procent lager en over twintig jaar zelfs 3 procent minder zijn dan in 2018. Het totale aantal verplaatsingen neemt ook bij die lage economische groei licht toe, maar dat is dan met name toe te schrijven aan extra gebruik van de elektrische fiets en reizen met de trein of de bus, tram of metro.

Dit blijkt uit het IMA-2021, de opvolger van de NMCA. Deze Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) brengt de mobiliteitsontwikkelingen voor Nederland op de lange termijn in beeld en de invloed daarvan op bijvoorbeeld de bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en de emissies als gevolg van mobiliteit. De analyse doet voorspellingen voor twee scenario’s voor 2030, 2040 en 2050. Die zijn gebaseerd op de Welvaart- en Leefomgevingsscenario’s van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB); een laag scenario met een lage groei van de bevolking en de economie, en een hoog scenario met een sterke groei van de bevolking en de economie.

Groei van personenmobiliteit

Nederlanders leggen jaarlijks gemiddeld 10.000 kilometer af en er worden elk jaar bijna 20 miljard verplaatsingen gemaakt. Daarvan wordt circa de helft lopend of met de fiets afgelegd en nog eens 40 procent met de auto. Groei van de personenmobiliteit ligt in de lijn der verwachtingen, blijkt uit deze IMA. In het scenario Hoog neemt het aantal verplaatsingen in 2040 toe met 17 procent.

Het aantal kilometers stijgt nog harder, namelijk met 31 procent. Dit laatste komt met name door een hoger gemiddeld inkomen, een hoger opleidingsniveau en lagere kosten voor het autogebruik door de komst van de elektrische auto. Aan de andere kant wordt deze toename gematigd door de verwachting dat mensen meer thuiswerken, de sterke congestie en in mindere mate de verbeterde kwaliteit van alternatieven voor de
auto.

Minder autokilometers

Bij beide scenario’s nemen het aantal verplaatsingen en het aantal kilometers voor vrijwel alle modaliteiten toe, behalve voor de auto. In het scenario WLO-Laag neemt het aantal autokilometers lichtjes af. Door minder economische groei, thuiswerken en verstedelijking zal de auto minder vaak gebruikt worden. En het aantal kilometers dat automobilisten afleggen, neemt ongeveer 6 procent af.

Dit is te verklaren door een combinatie van verstedelijking, een geringe groei van het inkomen en een toename van het opleidingsniveau. Zo zijn alternatieven voor de auto in hoge mate beschikbaar in verstedelijkte gebieden en pakken naar verwachting meer mensen de fiets als voorzieningen op kortere afstanden liggen. Daarbij moet de kanttekening geplaatst worden dat de normale fiets zowel in het hoge als lage scenario minder gebruikt wordt. Het gebruik van de e-bike daarentegen neemt exponentieel toe. Overigens is zowel het aantal verplaatsingen als het aantal kilometers dat per auto wordt afgelegd in 2050 zowel bij WLO-Hoog als bij WLO-Laag even hoog of hoger dan in 2018.

Tekst loopt door onder figuur

Cijfers IMA-2021

E-bike en openbaar vervoer

Zowel het hoge als lage scenario pakt goed uit voor de OV-sector. Het aantal afgelegde kilometers met de trein groeit met respectievelijk 18 of 40 procent; voor bus, tram en metro gaat het om respectievelijk 13 of 29 procent. Dit komt deels door een hoger opleidingsniveau en welvaartsniveau, maar ook de concentratie van een groter deel van de bevolking in steden is hiervoor van aanzienlijk belang. Bus, tram en metro worden met name gebruikt voor verplaatsingen binnen grote steden. Dit zijn dan wel vaak korte ritten.

Dergelijke ritten zullen ook vaak per fiets of e-bike zullen worden gemaakt. Het aantal fietsverplaatsingen en verplaatsingskilometers groeit met respectievelijk 5 procent en 6 procent in WLO-Laag en 9 en 10 procent in WLO-Hoog. Waar in 2018 12 procent van de fietskilometers met de elektrische variant werd afgelegd, is dit in 2040 naar verwachting 21 of zelfs 28 procent, afhankelijk de economische groei in de komende jaren. Het gebruik van de tweewieler was naar verwachting nog groter geweest zonder trends, zoals thuiswerken en lagere kosten voor auto’s.

Modal shift

Ondanks deze ontwikkelingen en de verschillen in groei tussen de verschillende vervoerswijzen, blijft de modal split van het aantal kilometers nagenoeg gelijk. Naar verwachting winnen de trein en de auto licht ten koste van lopen en fietsen. Dit is afhankelijk van de economie de komende jaren. Wanneer het lage scenario werkelijkheid wordt, zal het aandeel auto met 4 procent afnemen. De trein wordt dan de grote winnaar en ook de fiets groeit circa 1 procent.

Hoewel de structurele effecten van de COVID19-crisis op de mobiliteit nog onzeker zijn, blijkt uit deze verkenning dat het effect van de pandemie op de totale mobiliteitsgroei op de lange termijn waarschijnlijk beperkt is. Dit kan betekenen dat opnieuw knelpunten op de loer liggen. Minister Cora van Nieuwenhuizen en staatssecretaris Stientje van Veldhoven schrijven aan de Tweede Kamer dat de groei zorgt voor capaciteitsopgaven in het stedelijk OV, druk op het fietsnetwerk en bij de stallingen en op de wegen.

“In de steden is weinig ruimte om de toename van de mobiliteitsvraag op het autonetwerk op te vangen. Tussen de steden ontstaan capaciteitsopgaven op het spoor en het hoofdwegennet. In WLO-Hoog is de toename van het autoverkeer zo hoog dat gedurende grote delen van de dag verzadiging van een groot deel van het netwerk optreedt: overal op het netwerk een zeer hoge kans op files. In de landelijke regio’s gaat de bereikbaarheid van het aantal banen en voorzieningen binnen acceptabele reistijd achteruit.”

Pleidooi voor extra middelen

De Mobiliteitsalliantie heeft dit rapport opnieuw aangegrepen als een kans om het nieuwe kabinet op te roepen structureel drie miljard euro extra te investeren. Mobiliteitsalliantie-voorzitter Steven van Eijck: “Zelfs in het laagste scenario blijft mobiliteit algemeen doorgroeien. Niets doen is daarom geen optie. Investeren in mobiliteit is investeren in economische groei, meer banen en kwaliteit van onze samenleving en leefomgeving. Wij staan immers voor een enorme opgave om te zorgen voor een goede bereikbaarheid van de benodigde 450.000 nieuwe woningen die tot 2040 gebouwd moeten worden. Ook dragen investeringen bij aan het behalen van onze klimaat- en milieudoelstellingen, verkeersveiligheid en maatschappelijke participatie.”

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

Daling autoverkeer in 2030 en 2040 bij lage economische groei - VerkeersNet
A4 Ketheltunnel, snelweg

Daling autoverkeer in 2030 en 2040 bij lage economische groei

Bij een lage economische groei wordt voor 2030 en 2040 een beperkte daling van het aantal gereden autokilometers verwacht. Ook het aantal verplaatsingen per auto zal ook over tien jaar 2 procent lager en over twintig jaar zelfs 3 procent minder zijn dan in 2018. Het totale aantal verplaatsingen neemt ook bij die lage economische groei licht toe, maar dat is dan met name toe te schrijven aan extra gebruik van de elektrische fiets en reizen met de trein of de bus, tram of metro.

Dit blijkt uit het IMA-2021, de opvolger van de NMCA. Deze Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) brengt de mobiliteitsontwikkelingen voor Nederland op de lange termijn in beeld en de invloed daarvan op bijvoorbeeld de bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en de emissies als gevolg van mobiliteit. De analyse doet voorspellingen voor twee scenario’s voor 2030, 2040 en 2050. Die zijn gebaseerd op de Welvaart- en Leefomgevingsscenario’s van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB); een laag scenario met een lage groei van de bevolking en de economie, en een hoog scenario met een sterke groei van de bevolking en de economie.

Groei van personenmobiliteit

Nederlanders leggen jaarlijks gemiddeld 10.000 kilometer af en er worden elk jaar bijna 20 miljard verplaatsingen gemaakt. Daarvan wordt circa de helft lopend of met de fiets afgelegd en nog eens 40 procent met de auto. Groei van de personenmobiliteit ligt in de lijn der verwachtingen, blijkt uit deze IMA. In het scenario Hoog neemt het aantal verplaatsingen in 2040 toe met 17 procent.

Het aantal kilometers stijgt nog harder, namelijk met 31 procent. Dit laatste komt met name door een hoger gemiddeld inkomen, een hoger opleidingsniveau en lagere kosten voor het autogebruik door de komst van de elektrische auto. Aan de andere kant wordt deze toename gematigd door de verwachting dat mensen meer thuiswerken, de sterke congestie en in mindere mate de verbeterde kwaliteit van alternatieven voor de
auto.

Minder autokilometers

Bij beide scenario’s nemen het aantal verplaatsingen en het aantal kilometers voor vrijwel alle modaliteiten toe, behalve voor de auto. In het scenario WLO-Laag neemt het aantal autokilometers lichtjes af. Door minder economische groei, thuiswerken en verstedelijking zal de auto minder vaak gebruikt worden. En het aantal kilometers dat automobilisten afleggen, neemt ongeveer 6 procent af.

Dit is te verklaren door een combinatie van verstedelijking, een geringe groei van het inkomen en een toename van het opleidingsniveau. Zo zijn alternatieven voor de auto in hoge mate beschikbaar in verstedelijkte gebieden en pakken naar verwachting meer mensen de fiets als voorzieningen op kortere afstanden liggen. Daarbij moet de kanttekening geplaatst worden dat de normale fiets zowel in het hoge als lage scenario minder gebruikt wordt. Het gebruik van de e-bike daarentegen neemt exponentieel toe. Overigens is zowel het aantal verplaatsingen als het aantal kilometers dat per auto wordt afgelegd in 2050 zowel bij WLO-Hoog als bij WLO-Laag even hoog of hoger dan in 2018.

Tekst loopt door onder figuur

Cijfers IMA-2021

E-bike en openbaar vervoer

Zowel het hoge als lage scenario pakt goed uit voor de OV-sector. Het aantal afgelegde kilometers met de trein groeit met respectievelijk 18 of 40 procent; voor bus, tram en metro gaat het om respectievelijk 13 of 29 procent. Dit komt deels door een hoger opleidingsniveau en welvaartsniveau, maar ook de concentratie van een groter deel van de bevolking in steden is hiervoor van aanzienlijk belang. Bus, tram en metro worden met name gebruikt voor verplaatsingen binnen grote steden. Dit zijn dan wel vaak korte ritten.

Dergelijke ritten zullen ook vaak per fiets of e-bike zullen worden gemaakt. Het aantal fietsverplaatsingen en verplaatsingskilometers groeit met respectievelijk 5 procent en 6 procent in WLO-Laag en 9 en 10 procent in WLO-Hoog. Waar in 2018 12 procent van de fietskilometers met de elektrische variant werd afgelegd, is dit in 2040 naar verwachting 21 of zelfs 28 procent, afhankelijk de economische groei in de komende jaren. Het gebruik van de tweewieler was naar verwachting nog groter geweest zonder trends, zoals thuiswerken en lagere kosten voor auto’s.

Modal shift

Ondanks deze ontwikkelingen en de verschillen in groei tussen de verschillende vervoerswijzen, blijft de modal split van het aantal kilometers nagenoeg gelijk. Naar verwachting winnen de trein en de auto licht ten koste van lopen en fietsen. Dit is afhankelijk van de economie de komende jaren. Wanneer het lage scenario werkelijkheid wordt, zal het aandeel auto met 4 procent afnemen. De trein wordt dan de grote winnaar en ook de fiets groeit circa 1 procent.

Hoewel de structurele effecten van de COVID19-crisis op de mobiliteit nog onzeker zijn, blijkt uit deze verkenning dat het effect van de pandemie op de totale mobiliteitsgroei op de lange termijn waarschijnlijk beperkt is. Dit kan betekenen dat opnieuw knelpunten op de loer liggen. Minister Cora van Nieuwenhuizen en staatssecretaris Stientje van Veldhoven schrijven aan de Tweede Kamer dat de groei zorgt voor capaciteitsopgaven in het stedelijk OV, druk op het fietsnetwerk en bij de stallingen en op de wegen.

“In de steden is weinig ruimte om de toename van de mobiliteitsvraag op het autonetwerk op te vangen. Tussen de steden ontstaan capaciteitsopgaven op het spoor en het hoofdwegennet. In WLO-Hoog is de toename van het autoverkeer zo hoog dat gedurende grote delen van de dag verzadiging van een groot deel van het netwerk optreedt: overal op het netwerk een zeer hoge kans op files. In de landelijke regio’s gaat de bereikbaarheid van het aantal banen en voorzieningen binnen acceptabele reistijd achteruit.”

Pleidooi voor extra middelen

De Mobiliteitsalliantie heeft dit rapport opnieuw aangegrepen als een kans om het nieuwe kabinet op te roepen structureel drie miljard euro extra te investeren. Mobiliteitsalliantie-voorzitter Steven van Eijck: “Zelfs in het laagste scenario blijft mobiliteit algemeen doorgroeien. Niets doen is daarom geen optie. Investeren in mobiliteit is investeren in economische groei, meer banen en kwaliteit van onze samenleving en leefomgeving. Wij staan immers voor een enorme opgave om te zorgen voor een goede bereikbaarheid van de benodigde 450.000 nieuwe woningen die tot 2040 gebouwd moeten worden. Ook dragen investeringen bij aan het behalen van onze klimaat- en milieudoelstellingen, verkeersveiligheid en maatschappelijke participatie.”

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.