Doet de rotonde waarvoor hij is bedoeld?

rotondeEr is geen behoefte aan meer richtlijnen en meer uniformiteit als het gaat om rotondes. Wel kun je je afvragen of een rotonde doet waarvoor hij is bedoeld en duidelijk is voor alle weggebruikers.

Dat concludeert adviesbureau XTNT na een peiling onder een aantal verkeerskundigen. Directe aanleiding was de aankondiging van minister Schultz vorig jaar dat er een nieuwe ‘blauwdruk rotondes’ moest komen om de uniformiteit van rotondes te bevorderen. Het vakgebied constateert dat we eigenlijk best wel weten hoe het moet, maar dat de praktijk weerbarstiger is, aldus leerde XTNT. Afwijkingen zijn dikwijls noodzakelijk omdat het basisontwerp net ‘niet past’, of omdat de omgeving randvoorwaarden oplegt. Het is met name de enorme verscheidenheid aan toegepaste oplossingen en de ontwikkeling in het wegbeeld die zorgen voor de onduidelijkheid en de onveiligheid. Daarom pleit XTNT voor de ontwikkeling van een hulpmiddel waarmee we de bestaande rotondes op een efficiënte manier kunnen toetsen en verbeteren. Daarmee zouden niet alleen de fouten moeten worden opgespoord, maar zou er vooral gekeken moeten worden hoe je efficiënt rotondeontwerpen kunt verbeteren. En XTNT doet meteen ook een voorzet voor wat er in zo’n toets- en evaluatiehandleiding kan komen te staan. Het draait volgens het bureau eigenlijk om drie hoofdvragen:

1. Doet de rotonde datgene waarvoor deze was bedoeld: een soepele en veilige afwikkeling van fietsers en auto’s.
A: Ongevallen: zijn er ongevallen met auto’s gerapporteerd? Hoeveel? Ernst?
B: Zijn er ongevallen met fietsers gerapporteerd? Hoeveel? ernst?
C: Zijn er wachtrijen en wat is dan de filelengte in dal en spits?

2. Is de rotonde zo aangelegd dat dit doel ook voor ALLE gebruikers duidelijk is?
A: Zijn er klachten en bijna-ongevallen gerapporteerd (onveiligheid)? Zijn er mensen die de rotonde mijden?
B: Zijn er klachten gerapporteerd over de doorstroming? (oponthoud voor bijvoorbeeld de bus of vrachtverkeer, maar ook voor fietsers/voetgangers als deze geen voorrang hebben)
C: Is de rotonde duidelijk zichtbaar voor automobilisten (middeneiland, bebording, snelheidsremmers)?
D: Zijn fietsers zichtbaar en herkenbaar voor automobilisten (kijkhoek, afleiding, kleur fietspad, eventueel tweerichtingen zichtbaar, zijn rechtsafslaande fietsers vóór de oversteek over de rijbaan vroegtijdig zichtbaar?
E: Zijn automobilisten zichtbaar voor fietsers (zeker als ze uit de voorrang zijn): kijkhoek, naderingssnelheid, opstelplaats?
F: Als het om een turborotonde gaat is, is dit (ruim vooraf) zichtbaar?
G: Is de route die de fietsers moeten afleggen logisch, en duidelijk (hoofdstromen en afslaande bewegingen, aansluitende tweerichtingsroutes)? Is het aantrekkelijk om ‘illegale’ routes te gebruiken?

3. Hoe functioneert de rotonde in de directe wegomgeving, als onderdeel van de route?
A: Wat zit er voor en na de rotonde (type weg, vormgeving kruisingen voor en na de rotonde)?
B: Is duidelijk of de automobilist fietsers tegenkomt: en zo ja op welke manier (al dan niet in de voorrang, al dan niet op eigen strook)?
C: Is duidelijk wat de vorm is van de rotonde: klassiek, turbo, klassiek met bypass, of anders?
D: Is (bij turborotondes en bypasses) voldoende duidelijk welke rijstrook er voor welke richting moet worden genomen?
E: Wanneer en op welke manier is de rijstrookindeling bij turborotondes en bypasses aangegeven, is er conflicterende afleidende informatie?

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Neem nu een gratis proefabonnement van een maand.

Bekijk de aanbieding

Onderwerpen: ,

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.