Metro Rotterdam. FOTO RET/Robin Utrecht

Vervoerders werken aan nieuw MaaS-platform

NS, GVB, HTM en RET, de vier publieke vervoerders in Nederland, hebben samen een uitvraag gedaan voor een MaaS-platform (Mobility as a Service). Dit platform moet bijdragen aan het bereikbaar houden van Nederland. “Het doel van zo’n gezamenlijk MaaS-platform past heel goed bij de verantwoordelijkheid die wij hebben als publieke vervoerders: het bereikbaar houden van Nederland door goed vervoer te bieden”, aldus Robert Jan ter Kuile van GVB.

Het gezamenlijke platform is een concrete invulling van de visie op mobiliteit van de Mobiliteitsalliantie en de vier vervoerders. “Speerpunten daarin zijn snel, flexibel, gemakkelijk en duurzaam”, vertelt Ter Kuile. “Vooral bij het deel flexibel en gemakkelijk zijn we ook zelf aan zet. We vinden dat we stappen kunnen zetten door veel sterkere combinaties te maken tussen OV en deelmobiliteit.”

Stekkerdoos

Dit heeft uiteindelijk geleid tot deze uitvraag voor een ‘stekkerdoos’, een platform waarbij zowel mobiliteitsdienstaanbieders als app-bouwers kunnen aansluiten. Dit moet bijdragen aan de realisatie van Mobility as a Service: het gemakkelijk en gepersonaliseerd plannen, boeken en betalen van een individuele reis. Niet alleen met traditioneel OV, maar ook met vormen van deelmobiliteit. Deelmobiliteit gaat namelijk een steeds grotere rol spelen.

In Nederland komen al verschillende apps op waarin wordt geprobeerd om de verschillende vervoersmodaliteiten aan elkaar te koppelen. Maar heel veel vaart wordt daarin nog niet gemaakt, vooral omdat het koppelen van alle aanbieders een flinke uitdaging blijkt te zijn. Om dit gemakkelijker te maken hebben de vier vervoerders de handen ineen geslagen. Ter Kuile: “Iedereen mag straks bij ons aankloppen om gebruik te maken van ons platform.”

Commerciële vervoerders

De commerciële vervoerders in Nederland zijn niet betrokken bij de uitvraag. Dat komt omdat de publieke vervoerders de mening zijn toegedaan dat het Nederlandse vervoerssysteem echt een neutraal platform nodig heeft. Met het opzetten van zo’n kostenneutraal en volledig neutraal platform is nauwelijks geld te verdienen. Daarom past het bij de publieke vervoerders.

Volgens Ter Kuile is het van belang dat de commerciële vervoerders direct na realisatie in staat zijn om ook te kunnen aansluiten op dit platform. De garantie dat zij straks onafhankelijk mogen aansluiten willen NS en de stadsvervoerders geven. “Neutraliteit is de belangrijkste succesfactor van dit platform.”

Kosten

Hoewel het niet de bedoeling is om geld te verdienen met dit platform, kost dit opzetten wel degelijk geld. NS, GVB, RET en HTM delen daarvoor de initiële kosten, zoals de investering voor het opzetten van platform en juridische trajecten. Als het platform gaat draaien, moet een model worden opgezet waarbij de kosten naar gebruik worden verdeeld tussen partijen die deze ‘stekkerdoos’ gebruiken om een app aan te bieden met de juiste informatie en functionaliteiten: plannen, boeken en betalen. “Dat gebeurt volledig transparant en de partijen krijgen dus ook inzicht in die kosten.”

Ook dienen mobiliteitsaanbieders te betalen voor hun aansluiting. Dat is echter eenmalig – daarna hebben zij hiervoor geen kosten meer. Wel plaatst Ter Kuile de kanttekening dat de app-bouwers geld moeten verdienen. “Het is daarom mogelijk dat zij aan mobiliteitsaanbieders geld vragen om via hun app hun diensten aan te bieden. Maar dat gaat buiten ons platform om. Dit is alleen een technisch platform en commerciële deals gaan buiten het platform om.”

Hoewel de uitvraag al gedaan is, wachten de vervoerders nog op toestemming van de mededingingsautoriteit. De gesprekken tussen de verschillende partijen hierover lopen al, maar vanwege de noodzaak om vaart te maken zijn de vervoerders alvast met de uitvraag gestart. Dit hebben de vervoerders gedaan in overleg met de mededingingsautoriteit. De vervoerders zelf hebben er in ieder geval vertrouwen in dat dit platform de markt enorm zal stimuleren.

MaaS-pilots

Op dit moment worden vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat al enkele andere pilots uitgevoerd met Mobility as a Service. Dit botst niet met de uitvraag van de publieke vervoerders want het platform heeft een andere rol, legt Ter Kuile uit. De pilots van het ministerie zijn met name gericht op het creëren van goede apps voor gebruikers, terwijl NS, GVB, HTM en RET juist aan de slag willen met een tussenlaag die de technische koppelingen faciliteert. Het platform gaat daarom ook niet over de apps en de vervoerproducten van de publieke vervoerders, dat blijven zij ieder voor zich bepalen.

“We willen het hiermee gemakkelijker maken voor mobiliteitsdienstaanbieder en MaaS-providers om mobiliteit te koppelen, zodat de reiziger snel een product heeft waarmee hij zijn persoonlijke reis gemakkelijk kan plannen, boeken en betalen. We willen dit Nederland-breed aanpakken en ervoor zorgen dat reizigers heel gemakkelijk van Harlingen tot Maastricht tot Rotterdam Charlois kunnen reizen.”

Data

Het is niet de bedoeling dat de winnende partij zelf geld kan verdienen aan de data in het platform. Datzelfde geldt voor het platform en de samenwerking. Alleen vervoerders, MaaS-aanbieders en klanten zullen hun eigen data kunnen inzien. Ter Kuile: “We gaan ook verkennen of het mogelijk is om geaggregeerde informatie op te leveren over reizigersstromen. Al deze wensen zullen we pas invullen nadat duidelijk is dat het binnen privacy en andere wetgeving toegestaan is.”

In het platform gaat het dus om het technisch faciliteren van MaaS. “We leren dat techniek niet het meest complexe onderdeel is; het gaat met name om het bij elkaar brengen van de verschillende partijen, zorgen voor een goede standaard-taal en ervoor zorgen dat je de markt stimuleert. Dat maakt dit proces moeilijk, maar ook uniek en heel waardevol.”

Met die standaard-taal sluiten de vier partijen in ieder geval aan bij het ministerie, want een standaard is pas succesvol als die door iedereen wordt gehanteerd. Het ministerie zal dus ook zorgen dat die taal wordt gehanteerd in de pilots. “Daarmee hebben we dan alle belangrijke ontwikkelingen te pakken en geloven we dat we van deze standaard echt een succes kunnen maken”, aldus Ter Kuile.

Uitvraag

De uitvraag loopt nog tot begin juni en volgens Ter Kuile is er behoorlijk wat interesse in de markt. Het liefste zou daarbij gewerkt worden met een IT-leverancier die ook al werkelijk ervaring heeft opgedaan met zo’n MaaS-platform en met de omgang met klanten, bijvoorbeeld in het buitenland.

“Er zijn ontzettend veel partijen die zeggen dat ze dit kunnen leveren. Maar wij willen graag een partij die al ervaring heeft, zodat de techniek gemakkelijk gekopieerd kan worden naar Nederland. Door te werken met proven technology, kunnen we snel in de markt actief zijn. Wij hopen dat we rond jaarwisseling met een partij aan de slag kunnen en in de loop van volgend jaar zouden we graag een eerste product aan de reizigers willen aanbieden.”

Lees ook:

Gunning eerste MaaS-pilots in mei, 24 partijen in totaal in de race

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor OVPro en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals VerkeersNet.nl, SpoorPro.nl en TaxiPro.nl. Ook draagt ze bij aan Nederlands Vervoer.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.