Beter toegankelijk OV leidt niet tot minder gebruik doelgroepenvervoer

doelgroepvervoerHet OV-systeem wordt steeds toegankelijker. Het gebruik van het doelgroepenvervoer is echter niet afgenomen. Dat komt omdat naast de fysieke toegankelijkheid ook de ‘mentale toegankelijkheid’ een barrière vormt om gebruik te maken van het OV. Een verlaging van de prijs van het gewone OV en het duurder maken van het doelgroepenvervoer voor de gebruikers moet het tij keren. Dit staat in het onderzoeksrapport ‘Krachten bundelen voor een toekomstvast doelgroepenvervoer en OV’ dat in opdracht van de ministeries van I&M en OCW is opgesteld.

In 2007 werd al vastgesteld dat bijvoorbeeld 40% tot 50% van de ritten met het Wmo-vervoer op termijn met toegankelijk OV zou kunnen worden afgelegd. Dit zou waarschijnlijk ook voor enkele andere soorten van doelgroepenvervoer kunnen gaan gelden, mits er samenhangende maatregelen zouden worden genomen om mensen te bewegen vaker van het OV gebruik te maken, aldus het rapport. Daar is nog weinig van terecht gekomen. Een overstap van doelgroepenvervoer naar het reguliere OV zou een belangrijke kostenbesparing betekenen. De kostprijs per reizigerskilometer in het openbaar vervoer ligt gemiddeld 80% lager dan in het doelgroepenvervoer. Het huidige aantal gebruikers van doelgroepenvervoer loopt uiteen van ongeveer 60.000 geïndiceerden voor vervoer in het kader van WIA tot 600.000 geïndiceerden voor vervoer in het kader van de Wmo.
Om meer gebruikers van doelgroepenvervoer over te laten stappen, zou de prijs van het OV (dat hoger ligt dan de eigen bijdrage voor het gebruik van het doelgroepenvervoer) verlaagd kunnen worden, aldus het rapport. Verder zou men meer bekendheid moeten geven aan de mogelijkheden en de wijze van gebruik van het OV door bijvoorbeeld OV-ambassadeurs, informatiebijeenkomsten, kennismakingskaartjes, trainingen e.d. Ook kan men complexiteit van de rit verkleinen door het organiseren van ritten over te laten een regiecentrale.
Daarnaast kan men de eigen bijdrage verhogen voor het gebruik van het doelgroepenvervoer of het aantal kilometers in het reisbudget verminderen en de indicatiestelling kunnen aanscherpen.

Vanwege de sterk uiteenlopende kenmerken van de doelgroepen en afwijkende eisen door verschillende opdrachtgevers wordt in het rapport geconcludeerd dat bundelen van verschillende groepen in één rit weinig kansrijk is. Wel worden mogelijkheden gezien voor de
versterking van de bundeling op systeemniveau, zoals tussennet en de regiecentrale. Binnen het tussennet neemt het doelgroepenvervoer kenmerken over van het OV en wordt meer volgens een dienstregeling uitgevoerd met vaste tijden en eventueel vaste opstapplekken. Bij de regiecentrale wordt de regie van ritten door een regionale centrale uitgevoerd in plaats van door de vervoerder.

Onderwerpen:

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Beter toegankelijk OV leidt niet tot minder gebruik doelgroepenvervoer - VerkeersNet

Beter toegankelijk OV leidt niet tot minder gebruik doelgroepenvervoer

doelgroepvervoerHet OV-systeem wordt steeds toegankelijker. Het gebruik van het doelgroepenvervoer is echter niet afgenomen. Dat komt omdat naast de fysieke toegankelijkheid ook de ‘mentale toegankelijkheid’ een barrière vormt om gebruik te maken van het OV. Een verlaging van de prijs van het gewone OV en het duurder maken van het doelgroepenvervoer voor de gebruikers moet het tij keren. Dit staat in het onderzoeksrapport ‘Krachten bundelen voor een toekomstvast doelgroepenvervoer en OV’ dat in opdracht van de ministeries van I&M en OCW is opgesteld.

In 2007 werd al vastgesteld dat bijvoorbeeld 40% tot 50% van de ritten met het Wmo-vervoer op termijn met toegankelijk OV zou kunnen worden afgelegd. Dit zou waarschijnlijk ook voor enkele andere soorten van doelgroepenvervoer kunnen gaan gelden, mits er samenhangende maatregelen zouden worden genomen om mensen te bewegen vaker van het OV gebruik te maken, aldus het rapport. Daar is nog weinig van terecht gekomen. Een overstap van doelgroepenvervoer naar het reguliere OV zou een belangrijke kostenbesparing betekenen. De kostprijs per reizigerskilometer in het openbaar vervoer ligt gemiddeld 80% lager dan in het doelgroepenvervoer. Het huidige aantal gebruikers van doelgroepenvervoer loopt uiteen van ongeveer 60.000 geïndiceerden voor vervoer in het kader van WIA tot 600.000 geïndiceerden voor vervoer in het kader van de Wmo.
Om meer gebruikers van doelgroepenvervoer over te laten stappen, zou de prijs van het OV (dat hoger ligt dan de eigen bijdrage voor het gebruik van het doelgroepenvervoer) verlaagd kunnen worden, aldus het rapport. Verder zou men meer bekendheid moeten geven aan de mogelijkheden en de wijze van gebruik van het OV door bijvoorbeeld OV-ambassadeurs, informatiebijeenkomsten, kennismakingskaartjes, trainingen e.d. Ook kan men complexiteit van de rit verkleinen door het organiseren van ritten over te laten een regiecentrale.
Daarnaast kan men de eigen bijdrage verhogen voor het gebruik van het doelgroepenvervoer of het aantal kilometers in het reisbudget verminderen en de indicatiestelling kunnen aanscherpen.

Vanwege de sterk uiteenlopende kenmerken van de doelgroepen en afwijkende eisen door verschillende opdrachtgevers wordt in het rapport geconcludeerd dat bundelen van verschillende groepen in één rit weinig kansrijk is. Wel worden mogelijkheden gezien voor de
versterking van de bundeling op systeemniveau, zoals tussennet en de regiecentrale. Binnen het tussennet neemt het doelgroepenvervoer kenmerken over van het OV en wordt meer volgens een dienstregeling uitgevoerd met vaste tijden en eventueel vaste opstapplekken. Bij de regiecentrale wordt de regie van ritten door een regionale centrale uitgevoerd in plaats van door de vervoerder.

Onderwerpen:

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.