Parkeren op eigen terrein BEELD Spark

Is parkeren op eigen terrein de ideale parkeeroplossing?

Net als veel andere jongeren bezoekt parkeeradviseur Edwin van der Gracht met regelmaat een internetsite in een zoektocht naar een betaalbare woning. Los van de hoogte van de woningprijzen, vindt hij het altijd opvallend dat een ‘eigen’ parkeerplaats als een unique sellingpoint van de woning wordt aangeprezen. En als hij dan ziet wat voor parkeerplaats dit is, verbaast hij zich erover dat dit mensen aantrekt. Blijkbaar is het bezitten van een eigen parkeerplaats voor de bewoner de ideale parkeeroplossing. Geldt dit ook voor gemeenten, vraagt hij zich af in dit blog. Is parkeren op eigen terrein de ideale parkeeroplossing?

Het zijn interessante vragen. Waarom geven bewoners er de voorkeur aan om op eigen terrein te parkeren? En hoe staat de gemeente hier eigenlijk tegenover? Het antwoord op de eerste vraag is relatief eenvoudig. Op een fysiek afgesloten parkeerterrein hoef je als bewoner niet te zoeken naar een vrije parkeerplaats. Ook is het inbraakrisico kleiner. Hier komt in een stallingsgarage het voordeel nog eens bij dat de auto overdekt geparkeerd staat.

Zwaarwegende bezwaren

Het standpunt van de gemeente op dit vlak lezen we terug in het parkeernormenbeleid. Dit is het beleid waarin is opgenomen hoeveel auto- en fietsparkeerplaatsen in ruimtelijke ontwikkelingen nodig zijn. In nagenoeg iedere nota parkeernormen lezen we het uitgangspunt terug dat de parkeerbehoefte in beginsel op eigen terrein moet worden opgelost. Pas als dit niet mogelijk is of op zwaarwegende bezwaren stuit, komen alternatieven in beeld. Deze alternatieven gaan over het benutten van bestaande parkeercapaciteit in de directe omgeving.

Waarom geven gemeenten in ruimtelijke ontwikkelingen de voorkeur aan parkeren op eigen terrein? In essentie draait het hierbij om het minimaliseren van het risico op parkeeroverlast. Want parkeeroverlast die plaatsvindt in de openbare ruimte vormt een opgave voor de gemeente. De meest effectieve manier om dit risico te beperken, is door bewoners en hun bezoek op eigen terrein te laten parkeren.

Keerzijde

Kunnen we dan concluderen dat parkeren op eigen terrein de ideale parkeeroplossing is? In mijn ogen is dit niet het geval en blijven een aantal noemenswaardige aspecten onderbelicht. Het gaat hierbij over zaken die kunnen worden gezien als neveneffecten van het op eigen terrein oplossen van de parkeerbehoefte. Want naast het belang van de bewoner en de gemeente, is er ook het maatschappelijk belang van de woningbouwopgave. Met name in de randstad is sprake van een groot tekort aan betaalbare woningen. Het merendeel van de woningen moet binnenstedelijk worden gerealiseerd.

De (financiële) ruimte om op eigen terrein parkeerplaatsen te realiseren is schaars, met als gevolg hoge investeringen in veelal ondergrondse parkeervoorzieningen. Hierdoor vormt de ‘parkeren op eigen terrein eis’ een barrière in het tot stand komen van de woningbouwopgave.

De auto krijgt op acceptabel geachte loopafstand van de woning een plek in de openbare ruimte

En wat mij betreft is dit niet de enige keerzijde. Het principe van parkeren op eigen terrein heeft ook consequenties voor de samenleving die ter plaatse van een ontwikkellocatie ontstaan. Als de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein wordt opgelost, kenmerkt deze samenleving zich door minder lichamelijke beweging en minder contact met buurtgenoten. Dit klinkt misschien een beetje overtrokken, toch ben ik van mening dat de manier waarop parkeren in ruimtelijke ontwikkelingen wordt georganiseerd een rol kan spelen in deze belangrijke maatschappelijke vraagstukken.

Proactief reguleren

Mijn voorstel is om samen met de gemeenten en ontwikkelende partijen het experiment aan te gaan om de ‘parkeren op eigen terrein eis’ (voor een deel) los te laten. De auto krijgt op acceptabel geachte loopafstand van de woning een plek in de openbare ruimte. Voor het afleveren van boodschappen, het afzetten van mensen die minder goed ter been zijn of kortparkeren worden ‘servicestroken’ aangelegd, zoals we die bijvoorbeeld ook kennen voor het laden en lossen van goederen.

Voor dit experiment is echter wel flankerend beleid in de openbare ruimte nodig; parkeerregulering. Zonder flankerend beleid is het risico op parkeeroverlast groot. Dit brengt mij op het gedachtegoed van ‘proactief reguleren’. Hierbij wordt parkeerregulering ingevoerd in de omgeving van een ontwikkellocatie als beheerinstrument.

Binnenkort vertel ik je in een vervolg op deze blog graag meer over de do’s en don’ts van een proactieve invoering van parkeerregulering.

Dit is een serie columns van de young professionals van parkeeradviesbureau Spark, waarin zij zich binnen het vakgebied parkeren verdiepen in een onderwerp, dat hun (bijzondere) interesse heeft. Bekijk ook  eerdere edities:

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is binnen ProMedia Group als redacteur en presentator verantwoordelijk voor evenementen, tv-uitzendingen en andere video-content, zoals webinars en online congressen. Daarnaast schrijft hij regelmatig voor de Personenvervoer en Verkeer-vakbladen VerkeersNet, OVPro en TaxiPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.