Rechter, rechtbank en uitspraak (Bron: iStock / Wavebreakmedia (onbeperkt gebruik)

Geen verlaagd btw-tarief voor parkeren bij festival

Moet het bieden van parkeermogelijkheid op een tijdelijk parkeerterrein bij een festival worden belast naar het algemene of het verlaagde btw-tarief? Over die vraag heeft het Gerechtshof in Amsterdam zich gebogen. De organisator van een meerdaags festival vindt het onterecht dat er een ander btw-tarief wordt gerekend voor de omzet vanuit het parkeren bij het festival dan voor de opbrengst van de festivalkaarten zelf.

De eiseres in deze zaak organiseert een meerdaags festival en verkoopt daarnaast kaarten voor pendelbussen richting het festival en kaarten zodat bezoekers hun auto kwijt kunnen op een tijdelijk ingericht parkeerterrein. De dagkaarten om hier te parkeren kosten tussen de 15 en 25 euro. Voor festivalbezoekers die ook blijven kamperen is een akkoord bereikt dat hiervoor een lager tarief geldt, maar hoe zit dit met de bezoekers die slechts een dagje komen?

Toegang tot festival

Deze zaak startte al in 2017, nadat de festivalorganisator bezwaar maakte tegen het hogere btw-tarief. Ze is van mening dat het aanbieden van een parkeermogelijkheid geen op zichzelf staande economische prestatie is, maar onlosmakelijk verbonden met het festival. Dit zou betekenen dat daarvoor een verlaagd tarief geldt in plaats van het reguliere tarief van 21 procent. Maar het Hof kan zich niet vinden in die redenering. Bij de beoordeling hier gaat het namelijk niet om het belang van de organisator, maar om het belang van de gebruiker.

En een flink deel van de bezoekers kiest ervoor om op een andere manier het festival te bereiken; voor die doelgroep is het helemaal niet relevant dat er een tijdelijk parkeerterrein bestaat. “Bezoekers die dat wel belangrijk vinden, hebben er belang bij om de auto voorafgaand aan het bezoek van het festival te kunnen achterlaten op een parkeerplaats en zijn bereid daarvoor afzonderlijk te betalen. Het parkeren van de auto houdt daarom alleen verband met de wijze waarop een deel van de bezoekers het festival bereikt en niet met het verblijf op het festival zelf”, concludeert het Gerechtshof.

Eerder beroep

Het Gerechtshof bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank in Noord-Holland, die oordeelde dat het lagere btw-tarief alleen zou gelden als het parkeren en het bezoeken van het festival zo nauw met elkaar verbonden zijn dat er sprake is van ‘één enkele ondeelbare economische prestatie vormen’. Juist omdat er ook andere manieren zijn om dit festival te bezoeken – de organisator verkoopt zelf kaarten voor de pendelbussen – is daar geen sprake van.

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

Geen verlaagd btw-tarief voor parkeren bij festival - VerkeersNet
Rechter, rechtbank en uitspraak (Bron: iStock / Wavebreakmedia (onbeperkt gebruik)

Geen verlaagd btw-tarief voor parkeren bij festival

Moet het bieden van parkeermogelijkheid op een tijdelijk parkeerterrein bij een festival worden belast naar het algemene of het verlaagde btw-tarief? Over die vraag heeft het Gerechtshof in Amsterdam zich gebogen. De organisator van een meerdaags festival vindt het onterecht dat er een ander btw-tarief wordt gerekend voor de omzet vanuit het parkeren bij het festival dan voor de opbrengst van de festivalkaarten zelf.

De eiseres in deze zaak organiseert een meerdaags festival en verkoopt daarnaast kaarten voor pendelbussen richting het festival en kaarten zodat bezoekers hun auto kwijt kunnen op een tijdelijk ingericht parkeerterrein. De dagkaarten om hier te parkeren kosten tussen de 15 en 25 euro. Voor festivalbezoekers die ook blijven kamperen is een akkoord bereikt dat hiervoor een lager tarief geldt, maar hoe zit dit met de bezoekers die slechts een dagje komen?

Toegang tot festival

Deze zaak startte al in 2017, nadat de festivalorganisator bezwaar maakte tegen het hogere btw-tarief. Ze is van mening dat het aanbieden van een parkeermogelijkheid geen op zichzelf staande economische prestatie is, maar onlosmakelijk verbonden met het festival. Dit zou betekenen dat daarvoor een verlaagd tarief geldt in plaats van het reguliere tarief van 21 procent. Maar het Hof kan zich niet vinden in die redenering. Bij de beoordeling hier gaat het namelijk niet om het belang van de organisator, maar om het belang van de gebruiker.

En een flink deel van de bezoekers kiest ervoor om op een andere manier het festival te bereiken; voor die doelgroep is het helemaal niet relevant dat er een tijdelijk parkeerterrein bestaat. “Bezoekers die dat wel belangrijk vinden, hebben er belang bij om de auto voorafgaand aan het bezoek van het festival te kunnen achterlaten op een parkeerplaats en zijn bereid daarvoor afzonderlijk te betalen. Het parkeren van de auto houdt daarom alleen verband met de wijze waarop een deel van de bezoekers het festival bereikt en niet met het verblijf op het festival zelf”, concludeert het Gerechtshof.

Eerder beroep

Het Gerechtshof bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank in Noord-Holland, die oordeelde dat het lagere btw-tarief alleen zou gelden als het parkeren en het bezoeken van het festival zo nauw met elkaar verbonden zijn dat er sprake is van ‘één enkele ondeelbare economische prestatie vormen’. Juist omdat er ook andere manieren zijn om dit festival te bezoeken – de organisator verkoopt zelf kaarten voor de pendelbussen – is daar geen sprake van.

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.