Den Haag wil lagere parkeernormen voor ov-locaties

De gemeente Den Haag herziet de parkeernormen die in 1992 zijn vastgelegd. Deze parkeernormen geven aan hoeveel parkeerplekken projectontwikkelaars moeten realiseren bij nieuw- en verbouwplannen. Bij ov-locaties kunnen die normen omlaag, aldus de gemeente.

De parkeernormen uit 1992 sluiten volgens deĀ  gemeente niet meer aan bij de complexiteit van huidige bouwplannen. Er wordt dan ook gewerkt aan nieuwe parkeernormen, die in concept gereed zijn. In het vervolg worden bij nieuw- en verbouwplannen aan de hand van parkeernormen eerst een parkeerbehoefte berekend. Vervolgens wordt onder andere gekeken naar de parkeerdruk en eventuele beschikbare parkeerruimte in de omgeving. Aan de hand daarvan wordt vastgesteld hoeveel parkeerplekken de projectontwikkelaar moet realiseren binnen zijn bouwplan.
Voor woningbouw gelden daarbij andere normen dan voor kantoren, bedrijven en voorzieningen zoals winkelcentra, scholen en sportaccommodaties. Bij woningbouw is het gemiddelde autobezit uitgangspunt voor de hoogte van de norm. Het gemiddelde autobezit hangt af van de oppervlakte van de woning, de plek in de stad en het type woning. Onderzoek wijst bijvoorbeeld uit dat het autobezit daalt naarmate de woning kleiner wordt. Voor kantoren, bedrijven en voorzieningen zijn vooral de functie van het gebouw en de bereikbaarheid bepalend voor de parkeernorm.
Verder is uit het onderzoek naar voren gekomen dat de locatie ten opzichte van openbaar vervoer van invloed is op het autogebruik (maar nauwelijks op het autobezit). In de buurt van OV-knooppunten geldt daarom een lagere norm dan op plekken die minder goed bereikbaar zijn met de fiets of het openbaar vervoer.

 

Onderwerpen:

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.