‘Big Data laat zien hoe weinig we weten’

lint‘Big data legt genadeloos bloot dat we eigenlijk nog maar weinig weten van het onderliggende rij- en reisgedrag. Zonder het stellen van goede vragen, het doen van experimenten en het op slimme wijze combineren en fuseren van data, leiden die data niet tot nieuwe kennis. Dát is waar ik samen met mijn collega’s aan hoop te werken in het DiTTLab.’

Dat zei prof. Hans van Lint onlangs in NM Magazine over DiTTLab – het Delft integrated Traffic & Travel Laboratory. Op 2 april is het Lab formeel in gebruik genomen, met de intreerede van Van Lint ter gelegenheid van zijn benoeming als Antoni van Leeuwenhoekhoogleraar aan de TU Delft.

De Antoni van Leeuwenhoekleerstoelen van de TU Delft zijn bedoeld om jonge, excellente wetenschappers vroegtijdig te bevorderen tot hoogleraar zodat zij hun wetenschappelijke carrière maximaal kunnen ontwikkelen.

‘Hoe cool zou het zijn om met een paar muisklikken een bestaand stuk infrastructuur te kunnen verbouwen tot iets nieuws en daar direct mee te kunnen experimenteren met gekoppelde rijsimulatoren? En om die virtuele wereld dan ook te gaan mixen met de werkelijkheid?’, zo vraagt Van Lint zich af die het DiTTLab karakteriseert als een ‘speeltuin’ waarin dit soort scenario’s werkelijkheid moeten worden. ‘Een speeltuin waarin onderzoekers en studenten vanuit allerlei achtergronden en disciplines hun tanden kunnen zetten in verkeer- en vervoervraagstukken, om tools te ontwikkelen om verkeer beter te kunnen bekijken en onderzoeken.’

De backbone die het programma bij elkaar gaat houden is een gezamenlijk DataLab, waarin data en simulatiemodellen samen komen. De ‘lijm’ tussen die data en de micro- en macromodellen is een geografische beschrijving van de infrastructuur en de bebouwde omgeving.

Het sleutelwoord van het lab is ‘open’ en dat komt op twee plekken terug, zegt Van Lint:
– open data en open standaarden om die data aan netwerken en aan modellen te kunnen hangen, en
– open-source multiscale simulatiemodellen (OpenTraffic): iedere onderzoeker/programmeur in het vakgebied kan meedenken en meebouwen aan de simulatiemodellen.

Niet alleen onderzoekers profiteren overigens van uitwisselbaarheid van data en netwerken. Ook adviesbureaus en hun opdrachtgevers – overheden – kunnen hun tijd en geld veel beter besteden dan aan het omzetten van data en netwerkbeschrijvingen van format A in format B, aldus Van Lint.


Mail de redactie