Deelhub Utrecht BEELD Goedopweg

‘Met data over deelmobiliteit kunnen gemeenten beter sturen op beleidsdoelen’

Veel gemeenten zien deelmobiliteit als de oplossing voor verschillende beleidsvraagstukken. Het ontbreekt echter vaak aan data om de juiste doelstellingen vorm te geven én om te controleren of die doelstellingen gehaald worden. De Verkeersonderneming roept op om deelmobiliteitsdata een geïntegreerd onderdeel van beleid te maken. “Met die data kunnen we beter sturen op gestelde doelen”, aldus Verkeersonderneming-directeur Roger Demkes.

Door de snelle opkomst van deelvervoer, wordt hierover veel data verzameld. In de praktijk kan die nauwelijks gebruikt worden voor gemeentelijk beleid, blijkt uit een analyse van Rebel naar deelmobiliteitsdata en hoe deze zich verhouden tot het beleid van gemeenten. De beschikbare data is gericht op de wensen van de consument, wordt op verschillende manieren aangeleverd en de gemeenten winnen die verschillend in. Aanbieders zijn soms ook terughoudend in hun bereidheid om data te delen.

Modal shift

Volgens de Verkeersonderneming liggen er veel kansen om met deelmobiliteit vraagstukken aan te pakken. Op het gebied van mobiliteit, van ruimtelijke ordening, duurzaamheid en op sociaal gebied. Gedeelde voertuigen kunnen zorgen voor een goede ontsluiting van alle gebieden en voor een vermindering van het aantal voertuigen in een stad. Een andere verwachting is dat deelmobiliteit leidt tot de gewenste modal shift, omdat reizigers een alternatief hebben voor de eigen auto.

Beleidsmakers willen weten hoe die doelen bereikt kunnen worden en of dit succesvol is. Zij hebben echter vaak te weinig zicht op de mogelijkheden van deelmobiliteitsdata om beleid te verbeteren en efficiënter uit te voeren.“Het valt me op dat we beleid ontwikkelen, terwijl we onvoldoende maatstaven hebben om te kijken of het beleid effectief is. De vraag of deelmobiliteit bijdraagt aan de gewenste doelstellingen, kan nu maar beperkt worden beantwoord”, stelt de Verkeersonderneming-directeur.

Inzicht in verkeerspatronen

Door afspraken te maken over de beschikbaarheid en het inwinnen van data, is veel te winnen. Dit maakt belangrijke verkeerspatronen inzichtelijk en toont eventuele verdringingseffecten. Het is voor gemeenten niet alleen belangrijk om te weten of deelmobiliteit wordt gebruikt, maar ook wat de effecten zijn op de rest van de mobiliteit. Doen mensen echt hun auto weg of nemen ze vaker de deelscooters als alternatief voor de fiets?

De kansen van deelmobiliteitsdata worden nog niet volledig benut vanwege de beperkte beschikbaarheid. Dit merkte de Verkeersonderneming, nadat de organisatie zelf keek wat mogelijk was met de informatie die openbaar beschikbaar was in Rotterdam. “We konden leuke dingen zien, maar het was ook beperkt”, vertelt Demkes.

Afspraken over data

Dit is deels te verklaren omdat gemeenten hier nog niet scherp genoeg op sturen. Er worden afspraken gemaakt over het beheer en de regulering van deelmobiliteit, maar niet altijd over het delen van data. Regelmatig worden privacyregels en commerciële gevoeligheid als redenen aangedragen. Demkes brengt hier tegenin dat sommige gemeenten wel afspraken kunnen maken. De reis van één persoon is voor beleidsdoeleinden bovendien niet relevant; het gaat om de grote verkeersstromen en verkeerspatronen.

Die stromen kunnen worden samengebracht in een dashboard. Dit geeft elke dag inzichten in het gebruik van deelmobiliteit en biedt handvatten om sneller en effectiever op die beleidsdoelstellingen te sturen. Een eerste opzet voor dit dashboard is al door de Verkeersonderneming gemaakt, waarmee de organisatie de waarde van data in het maken van beleid aan wil tonen.

“Je kunt heel snel datasets bij elkaar brengen, die enorme interessante inzichten geven in verkeerspatronen”, licht Demkes toe. “Dát is interessant voor de beleidsmaker. Door datagedreven mobiliteitsonderzoek kun je samen een verbeterslag maken.”

Kennisuitwisseling

Hij wijst erop dat deze vorm van onderzoek nog erg pril is. Daarom is het cruciaal dat overheden onderling kennis uitwisselen en samenwerken. Het is een risico om alleen naar de eigen gemeente te kijken, omdat mobiliteit niet ophoudt aan de grens. Nu kunnen zelfs gemeenten die naast elkaar liggen een ander beleid hebben, legt de directeur uit. En dat beleid is niet per se op elkaar afgestemd. Overheden moeten daarom samen beleidskaders ontwikkelen.

Hij pleit er ook voor om verschillende inhoudelijke werelden bij elkaar te brengen, bijvoorbeeld in een werkplaats. Dan gaat het om de mobiliteitssector en de datasector. “Er is zo veel meer mogelijk. Laten we aan de hand van een datawerkplaats in een geografisch gebied, groter dan een gemeente, die data gaan delen om te kijken welke beleidsvraagstukken we hiermee kunnen bedienen.”

Hoe kunnen bedrijven op een veilige manier met data omgaan? Hoe verloopt het anonimiseren op een veilige manier. Op die vragen krijgt u antwoord tijdens het MaaS Congres 2021

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.