Slechts 1 op 3 kinderen correct in de auto

Slechts 1 op de 3 kinderen wordt correct met de auto vervoerd. Oma’s en opa’s zijn daar zorgvuldig in dan ouders. Zo blijkt uit een grootschalige gedragsmeting van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid BIVV bij bijna 2.000 kinderen.

Op verschillende plaatsen en tijdstippen onderzocht het BIVV de manier waarop kinderen tot 1,35m groot met de auto werden vervoerd. Op 114 locaties – scholen, kinderdagverblijven, supermarkten, ziekenhuizen, fastfoodrestaurants, sportcentra en recreatiedomeinen – in Vlaanderen, Wallonië en Brussel werden auto’s gecontroleerd.

In totaal werd van 1.953 kinderen onderzocht hoe ze werden vervoerd en werden de 1.340 bestuurders geïnterviewd over het gebruikt van kinderzitjes.

Uit het onderzoek bleek dat 1 op de 5 kinderen helemaal geen gordel draagt.

Op z’n minst 2 op 3 kinderen waren niet correct vastgemaakt. 37% van de kinderen werd vervoerd in een geschikt autozitje, maar werd het zitje niet correct gebruikt, 18% van de kinderen werd vervoerd in een autozitje dat voor hen niet geschikt was en 11% van de kinderen was helemaal niet vastgemaakt.

Verder blijkt uit het onderzoek van het BIVV dat een aantal factoren het correct gebruik van autozitjes sterk beïnvloed.

Het aantal kinderen dat niet correct met de wagen wordt vervoerd hangt sterk samen met de leeftijden waarop van kinderzitje wordt gewisseld, namelijk 1 jaar, 3 tot 4 jaar en 8 tot 10 jaar. Veelal gaan ouders te snel over naar een kinderzitje van een hogere categorie. Ook de omgekeerde situatie komt voor: een kinderzitje dat te lang wordt gebruikt in verhouding tot het gewicht en de lengte van het kind. In het geval van een aanrijding is het kind dan minder goed beschermd.

De lengte en de frequentie van het traject hebben een grote invloed op het correct gebruik van een kinderzitje. De onderzoekers van het BIVV stelden vast dat kinderbeveiligingssystemen op “onregelmatige” trajecten, bijvoorbeeld bezoek fastfoodrestaurant of vrijetijdsbesteding beter worden gebruikt dan op korte en regelmatig afgelegde trajecten zoals bijvoorbeeld naar school of de supermarkt: 43 versus 31%.

Het aantal kinderen dat correct vastgemaakt wordt vervoerd, is het hoogste wanneer er geen ouderlijk band is tussen het kind en de bestuurder (48%). Is de bestuurder een grootouder, dan is 46% van de kinderen correct vastgemaakt in de auto. Daarentegen zijn de ouders het meest nalatig in het correct vastmaken van hun kinderen in de auto.

Het gedrag van kinderen wordt sterk beïnvloed door ouderen. 36% van de kinderen is correct vastgemaakt wanneer ook de bestuurder zelf de gordel correct heeft vastgeklikt. Is dit niet het geval, dan is slechts 26% van de kinderen correct vastgemaakt.

Het percentage kinderen dat correct wordt vervoerd, is hoger wanneer het autozitje is aankocht op het internet (47%) of in een speciaalzaak (45%). Kinderzitjes die in een supermarkt werden aangekocht of tweedehands worden minder vaak correct gebruikt: respectievelijk 33 en 29%.

Bijna 90% van de bestuurders die door het BIVV werden geïnterviewd, waren er van overtuigd dat ze hun kind correct hadden vastgemaakt en minimaliseerden het foute gebruik of waren er zich van niet bewust. Voorlichting over het correct gebruik van kinderzitjes blijft dan ook nodig, aldus het BIVV. En naast het meer gebruiksvriendelijk maken van kinderzitjes vraagt het BIVV om ook achterin de auto gordelverklikkers te verplichten.

Onderwerpen:

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.