Jonge automobilisten anticiperen beter op gevaar in verkeer door korte training

Een korte training van ongeveer een uur in een rijsimulator verbetert de manier waarop jongeren gevaar in het verkeer herkennen en erop inspelen. Dit blijkt uit onderzoek waarop Willem Vlakveld van de SWOV op 30 november hoopt te promoveren aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. Uit het onderzoek blijkt dat jonge, beginnende bestuurders slecht zijn in de anticipatie van gevaar: ze zien de gevaren niet, ze voelen de risico’s niet en ze accepteren te veel risico’s. Dat komt vooral door een gebrek aan rijervaring. Dat is echter met een vrij eenvoudige training weg te werken, ontdekte Vlakveld. Hij pleit er daarom voor om een gevaaranticipatietraining op te nemen in de rijopleiding.

Jonge beginnende automobilisten hebben een meer dan gemiddelde kans om bij een ernstig ongeval betrokken te raken. Deels komt dit door hun gebrek aan ervaring en deel door zogenaamde ‘leeftijdsgebonden’ factoren. Bij dit laatste moet vooral worden gedacht aan de hersens die nog in ontwikkeling zijn, wat vaak met roekeloos of stoer gedrag gepaard gaat. Gemiddeld komen er per jaar rond de 60 automobilisten om het leven in de leeftijdsgroep18 tot 24 jaar. Jonge, beginnende bestuurders hebben een ruim vier keer zo groot ongevalsrisico als ervaren bestuurders (30-59 jaar). Bij jonge mannen is dat risico zelfs ruim zes keer zo groot.
Voor zijn promotieonderzoek liet Vlakveld drie groepen automobilisten filmbeelden van verkeerssituaties bekijken. De automobilisten waren ingedeeld in ‘ervaren bestuurders’, jonge en oudere rijschoolleerlingen. De oogbewegingen van deze proefpersonen werden met een eyetracker gevolgd. De jongere rijschoolleerlingen bleken duidelijk niet te weten waar ze moesten kijken, omdat ze – door gebrek aan rijervaring – niet weten welke gevaren ze kunnen verwachten. Vlakveld liet jongeren ook een gevaaranticipatietraining volgen in een rijsimulator. Hierbij stond het ‘gevoel van risico centraal’. Na deze training bleek de getrainde groep significant meer oog te hebben voor latente gevaren in het verkeer dan de niet getrainde groep.

Het onderzoek van Willem Vlakveld startte eind 2007. Tussentijdse resultaten leidden er in 2009 al toe dat het CBR voor het rijbewijs B een gevaarherkenningstoets in het theoriegedeelte van het examen opnam. De CBR-toets bestaat eruit dat examenkandidaten op foto’s van verkeerssituaties moeten aangeven of en hoe zij hun rijsnelheid zouden aanpassen.
Uit het onderzoek blijkt dat ervaren bestuurders deze toets beter maken dan beginners. Ook bleken jonge beginners die een ongeval hebben gehad de toets slechter te maken dan jonge beginners die géén ongeval hebben gehad. Van een ongevalservaring alleen leert men kennelijk niet, zo concludeert Vlakveld. Hij zette zijn trainingsmodule zodanig op dat men er wél van leert. Vlakveld concludeert voorts dat gevaaranticipatie beter is te toetsen aan de hand van bewegende beelden. Ook is het bij een filmtoets moeilijker om te slagen op basis van alleen examentraining (het maken van oefenopgaven) en zullen kandidaten genoodzaakt zijn zich daadwerkelijk te bekwamen in gevaaranticipatie. Behalve voor een CBR-toets met bewegend beeld, pleit Vlakveld dan ook voor de opname van een gevaaranticipatietraining in de rijopleidingen. Vlakveld ontwikkelde, als onderdeel van zijn onderzoek, de training. Als is aangetoond dat de training ook in de praktijk beklijft, kan deze in de rijopleiding worden opgenomen.

 

Onderwerpen: ,

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.