Voetgangersdrukknop leidt mogelijk tot meer verkeersslachtoffers

voetgangerslichtEen voetgangersdrukknop bij verkeerslichten leidt mogelijk tot het meer door-rood-lopen van voetganers. Dat concludeert het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid na onderzoek in 9 steden in België.

Aanleiding voor het onderzoek was het feit dat ondanks een algemene daling van het aantal verkeersslachtoffers het aandeel van de voetgangers oploopt. Bij waarnemingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest constateerde het BIVV dat er bij 39% van de ongevallen die plaats vonden op oversteekplaatsen met voetgangerslichten, voetgangers betrokken waren die door het rood overstaken.

Het BIVV onderzocht daarop de situatie in de 9 dichtstbevolkte steden: Antwerpen, Bergen, Brugge, Brussel, Charleroi, Gent, Leuven, Luik en Namen. Daarbij bleek dat meer dan 1 op de 5 voetgangers oversteekt bij een rood voetgangerslicht. Afhankelijk van de specifieke context kan dit sterk variëren: op sommige plaatsen staken slechts 15% van de voetgangers over bij rood licht, op andere plaatsen tot wel 30%.

Het BIVV heeft een aantal factoren kunnen identificeren die een rechtstreekse invloed hebben op de beslissing van de voetgangers om al dan niet door het rood over te steken:
• de drukte van het verkeer: het percentage inbreuken is lager wanneer er druk verkeer is. Het is dus vooral buiten de spitsuren in de ochtend, de middag en de avond, dat de voetgangers meer geneigd zijn om door het rood over te steken.
• aanwezigheid van andere voetgangers: hoe meer voetgangers er zijn, hoe minder de inbreuken op de wegcode.
• aantal rijrichtingen: het percentage inbreuken ligt hoger als er maar één rijrichting is. Hoe meer rijvakken er zijn, hoe minder voetgangers die door het rood oversteken.
• bus of tram: voetgangers zullen terughoudender zijn om door het rood over te steken als er een busstrook of een tramspoor aanwezig is.
• aanwezigheid van een drukknop: dit heeft blijkbaar een negatief effect. In totaal stak meer dan 31% van de voetgangers over bij rood licht wanneer er een drukknop was, ten opzichte van 17% wanneer er geen drukknop was.
• visuele of auditieve signalen: deze hebben blijkbaar een positief effect (vooral de bieptoon).
• zichtbaarheid van de oversteekplaats: wanneer de wegmarkering in slechte staat is, zijn de voetgangers meer geneigd om door het rood over te steken.

Op basis van deze resultaten, formuleert het BIVV een aantal aanbevelingen die in de eerste plaats betrekking hebben op infrastructurele kenmerken. Bij de installatie of evaluatie van voetgangerslichten is het nodig aandachtig te zijn voor het verkeersvolume en vooral ook de variatie daarin. Op plaatsen waar vaak verkeersluwe periodes voorkomen kan men installaties overwegen waarbij op verkeersluwe momenten de verkeerslichten niet werkzaam zijn en zowel voetgangers als voertuigen daar via een duidelijke en specifieke signalisatie (bv. oranje knipperlicht) van op de hoogte brengen.

Het BIVV beveelt verder aan om het gedrag van voetgangers en hun verkeersveiligheid bij oversteekplaatsen met drukknoppen, aan een grondige evaluatie te onderwerpen. De wachttijden zijn per definitie niet transparant. Men weet immers vaak niet of er al afgedrukt is en, zo ja, wanneer dat dan is gebeurd. Bovendien hangt de snelheid waarmee gevolg wordt gegeven aan een aanvraag sterk af van het voertuigvolume op dat moment. Het installeren van een “aftel-display” bij oversteekplaatsen zou een mogelijke oplossing kunnen zijn.

Een ondersteunende (visuele of auditieve) signalisatie kan de verkeersveiligheid wel bevorderen. Het gebruik van een “aftel-display” heeft bijvoorbeeld al herhaaldelijk zijn nut aangetoond, maar het zijn vooral geluidssignalen die het sterkste effect hebben. Hun functionaliteit moet dus breder gezien worden dan enkel in het kader van blinde en slechtziende voetgangers, zo stelt het BIVV.

De wegbeheerders kunnen het gedrag van de voetgangers op een positieve manier beïnvloeden door voldoende aandacht te schenken aan slijtage van de wegmarkeringen. Het feit dat voetgangers vaker door het rood oversteken op minder zichtbare oversteekplaatsen vertoont parallellen met de meer algemene vaststelling dat de ordelijkheid van een openbare ruimte bevorderlijk werkt voor gedrag conform aan de maatschappelijke normen.

Voorlichting blijft onontbeerlijk, aldus het BIVV tenslotte. Sensibiliseringscampagnes kunnen het uitgangspunt hanteren dat het bij de ‘voetganger’ en de ‘bestuurder’ vaak over hetzelfde individu gaat. En dat volwassenen een voorbeeldrol hebben ten opzichte van kinderen.

Auteur: admin

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Voetgangersdrukknop leidt mogelijk tot meer verkeersslachtoffers - VerkeersNet

Voetgangersdrukknop leidt mogelijk tot meer verkeersslachtoffers

voetgangerslichtEen voetgangersdrukknop bij verkeerslichten leidt mogelijk tot het meer door-rood-lopen van voetganers. Dat concludeert het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid na onderzoek in 9 steden in België.

Aanleiding voor het onderzoek was het feit dat ondanks een algemene daling van het aantal verkeersslachtoffers het aandeel van de voetgangers oploopt. Bij waarnemingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest constateerde het BIVV dat er bij 39% van de ongevallen die plaats vonden op oversteekplaatsen met voetgangerslichten, voetgangers betrokken waren die door het rood overstaken.

Het BIVV onderzocht daarop de situatie in de 9 dichtstbevolkte steden: Antwerpen, Bergen, Brugge, Brussel, Charleroi, Gent, Leuven, Luik en Namen. Daarbij bleek dat meer dan 1 op de 5 voetgangers oversteekt bij een rood voetgangerslicht. Afhankelijk van de specifieke context kan dit sterk variëren: op sommige plaatsen staken slechts 15% van de voetgangers over bij rood licht, op andere plaatsen tot wel 30%.

Het BIVV heeft een aantal factoren kunnen identificeren die een rechtstreekse invloed hebben op de beslissing van de voetgangers om al dan niet door het rood over te steken:
• de drukte van het verkeer: het percentage inbreuken is lager wanneer er druk verkeer is. Het is dus vooral buiten de spitsuren in de ochtend, de middag en de avond, dat de voetgangers meer geneigd zijn om door het rood over te steken.
• aanwezigheid van andere voetgangers: hoe meer voetgangers er zijn, hoe minder de inbreuken op de wegcode.
• aantal rijrichtingen: het percentage inbreuken ligt hoger als er maar één rijrichting is. Hoe meer rijvakken er zijn, hoe minder voetgangers die door het rood oversteken.
• bus of tram: voetgangers zullen terughoudender zijn om door het rood over te steken als er een busstrook of een tramspoor aanwezig is.
• aanwezigheid van een drukknop: dit heeft blijkbaar een negatief effect. In totaal stak meer dan 31% van de voetgangers over bij rood licht wanneer er een drukknop was, ten opzichte van 17% wanneer er geen drukknop was.
• visuele of auditieve signalen: deze hebben blijkbaar een positief effect (vooral de bieptoon).
• zichtbaarheid van de oversteekplaats: wanneer de wegmarkering in slechte staat is, zijn de voetgangers meer geneigd om door het rood over te steken.

Op basis van deze resultaten, formuleert het BIVV een aantal aanbevelingen die in de eerste plaats betrekking hebben op infrastructurele kenmerken. Bij de installatie of evaluatie van voetgangerslichten is het nodig aandachtig te zijn voor het verkeersvolume en vooral ook de variatie daarin. Op plaatsen waar vaak verkeersluwe periodes voorkomen kan men installaties overwegen waarbij op verkeersluwe momenten de verkeerslichten niet werkzaam zijn en zowel voetgangers als voertuigen daar via een duidelijke en specifieke signalisatie (bv. oranje knipperlicht) van op de hoogte brengen.

Het BIVV beveelt verder aan om het gedrag van voetgangers en hun verkeersveiligheid bij oversteekplaatsen met drukknoppen, aan een grondige evaluatie te onderwerpen. De wachttijden zijn per definitie niet transparant. Men weet immers vaak niet of er al afgedrukt is en, zo ja, wanneer dat dan is gebeurd. Bovendien hangt de snelheid waarmee gevolg wordt gegeven aan een aanvraag sterk af van het voertuigvolume op dat moment. Het installeren van een “aftel-display” bij oversteekplaatsen zou een mogelijke oplossing kunnen zijn.

Een ondersteunende (visuele of auditieve) signalisatie kan de verkeersveiligheid wel bevorderen. Het gebruik van een “aftel-display” heeft bijvoorbeeld al herhaaldelijk zijn nut aangetoond, maar het zijn vooral geluidssignalen die het sterkste effect hebben. Hun functionaliteit moet dus breder gezien worden dan enkel in het kader van blinde en slechtziende voetgangers, zo stelt het BIVV.

De wegbeheerders kunnen het gedrag van de voetgangers op een positieve manier beïnvloeden door voldoende aandacht te schenken aan slijtage van de wegmarkeringen. Het feit dat voetgangers vaker door het rood oversteken op minder zichtbare oversteekplaatsen vertoont parallellen met de meer algemene vaststelling dat de ordelijkheid van een openbare ruimte bevorderlijk werkt voor gedrag conform aan de maatschappelijke normen.

Voorlichting blijft onontbeerlijk, aldus het BIVV tenslotte. Sensibiliseringscampagnes kunnen het uitgangspunt hanteren dat het bij de ‘voetganger’ en de ‘bestuurder’ vaak over hetzelfde individu gaat. En dat volwassenen een voorbeeldrol hebben ten opzichte van kinderen.

Auteur: admin

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.