SWOV: nieuwe methode geeft beter beeld van ernstig gewonden

Het jaarlijks aantal ernstig gewonde verkeersslachtoffers kan met behulp van een nieuwe door de SWOV ontwikkelde methode beter worden bepaald dan tot nu toe het geval is. Dit is een van de conclusies in het SWOV-onderzoek Ernstig gewonde verkeersslachtoffers in Nederland in 1993-2008. Bij deze methode is gebruik gemaakt van de internationale standaard om de letselernst van gewonden te bepalen.
De Nederlandse verkeersveiligheidsdoelstelling wordt uitgedrukt in doden én gewonden: maximaal 500 doden en 12.250 gewonden in 2020. Met ‘gewonden’ worden de laatste jaren ziekenhuisgewonden bedoeld. Van oudsher wordt met een ziekenhuisgewonde een verkeersslachtoffer aangeduid dat ten minste een nacht in een ziekenhuis is opgenomen. Uit onderzoek is echter gebleken dat ‘in het ziekenhuis opgenomen’ niet noodzakelijk hetzelfde is als ‘ernstig gewond’. Soms worden bijvoorbeeld slachtoffers die geen ernstig letsel hebben, toch ter observatie opgenomen. Deze slachtoffers zijn volgens de definitie wél ziekenhuisgewonden, terwijl zij niet ernstig gewond zijn geraakt. Een nieuwe definitie van ernstig gewond was daarom noodzakelijk en de Minister van Verkeer en Waterstaat is positief ingegaan op het advies van de SWOV om bij een beoordeling van de verkeersveiligheid in de toekomst alleen de daadwerkelijk ernstig gewonden te beschouwen.
De internationaal gebruikte maat Maximum Abbreviated Injury Score (MAIS) beschrijft de letselernst van een slachtoffer. Volgens de nieuwe methode worden alle slachtoffers die in het ziekenhuis zijn opgenomen geweest en een MAIS van ten minste 2 hebben als ernstig gewond beschouwd. Om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van het aantal ernstig gewonden volgens deze nieuwe definitie heeft de SWOV voor de jaren 1993-2008 een tijdreeks gemaakt. Hiervoor zijn het Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland (BRON), gebaseerd op de registratie van de politie, en de Landelijke Medische Registratie (LMR), waarin de ontslaggegevens van patiënten die in een Nederlands ziekenhuis zijn opgenomen staan, aan elkaar gekoppeld. Het onderzoek van de SWOV wijst uit dat dit koppelings- en schattingsproces betrouwbaar het werkelijk aantal ernstig gewonden oplevert.
De koppeling van beide bestanden is uitgevoerd voor de periode 1993-2008. Deze koppeling laat een dalende lijn zien van het aantal ernstig gewonden. In 1993 waren dat er 17.900 en in 2006 15.300. De twee jaren daarna is het aantal overigens weer gestegen tot 17.600 in 2008. De ontwikkeling van het werkelijk aantal gewonden wijkt daarmee negatief af van de ontwikkeling van het aantal verkeersdoden. Het aantal verkeersdoden daalt niet alleen sterker dan het aantal ernstig gewonden, maar hierbij is ook geen stijging opgetreden zoals bij de ernstig gewonden. Duidelijkheid omtrent de factoren waarmee de onverwacht hoge aantallen ernstig gewonden van de laatste jaren samenhangen vergt nader onderzoek.
Het SWOV-onderzoek heeft aangetoond dat het goed mogelijk is om op basis van BRON en de LMR betrouwbare schattingen te verkrijgen voor het werkelijke aantal slachtoffers. De SWOV beveelt daarom aan om voortaan de nieuwe methode te gebruiken om het werkelijke aantal ernstig gewonden te bepalen. Ook beveelt de SWOV aan toekomstige doelstellingen van het verkeersveiligheidsbeleid te baseren op de toepassing van deze methode.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve jaaraanbieding: € 7,50 i.p.v. € 10,50. 

Bekijk de aanbieding

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.