Promotiefoto van het School-straat-project in Hoogstraten. FOTO Paraatvoordeschoolstraat.be

Lessen uit Vlaanderen: schoolomgeving verkeersveilig in vier stappen

Het Belgische Hoogstraten maakt meters met het verkeersveiliger maken van routes naar basisscholen. De gemeente, die deze week de Vlaamse Verkeersveiligheidsprijs 2019 won, is bezig met het herinrichten van de omgeving rond acht scholen. Centraal staat het concept Schoolstraat: een straat voor de ingang van de school die twee keer per dag wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Hoogstraten wil maatwerk leveren en betrekt kinderen en ouders heel direct bij het bedenken van maatregelen. Judith Schrijvers, duurzaamheidsambtenaar, lichtte op het Vlaams Congres Verkeersveiligheid 2019 hun vierstappen-plan toe.

Trots, blij, dankbaar. En een beetje sprakeloos. Vertegenwoordigers van de stad Hoogstraten hebben net gehoord dat ze de Vlaamse Verkeersveiligheidsprijs hebben gewonnen. “Ik heb er geen woorden voor”, reageert Michel Jansen, schepen Mobiliteit in Hoogstraten. De theaterzaal van congresgebouw Het Bolwerk in Vilvoorde zit bomvol. Iedereen klapt. Zij stemden in meerderheid op de gemeente. “Deze mensen zijn de uitvoerders”, wijzend naar zijn collega’s. “Maar het is eigenlijk bij de kinderen op school begonnen. Zij hebben daar een project van gemaakt en wij kunnen daar als Hoogstraten heel fier op zijn!”

Bolzano

De prijs is een beloning voor hard werken. Hoogstraten maakt meters met het verkeersveiliger maken van routes naar basisscholen. Centraal staat de Schoolstraat: een straat voor de ingang van de school die twee keer per dag wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Dat concept bestaat al even, maar de Vlaamse gemeente, vlakbij de Nederlandse grens gelegen, valt op een positieve manier op.

Uit de evaluatie kwam naar voren dat de straten zorgen voor een veiliger schoolomgeving en een vlottere doorstroming van het verkeer

De schoolstraat is overgewaaid uit de Italiaanse stad Bolzano. In Gent kreeg het voet aan de grond. Eind 2012 tot begin 2013 liep er een pilot bij twee scholen en de resultaten bleken positief. Uit de evaluatie kwam naar voren dat de straten zorgen voor een veiliger schoolomgeving en een vlottere doorstroming van het verkeer. 8 op de 10 ouders, leerlingen, schoolmedewerkers en buurtbewoners vinden het een goede maatregel.

Het concept kreeg snel navolging. Het Vlaams en Brussels gewest willen flink meer schoolstraten en maken daar miljoenen euro’s voor vrij, kondigden ze eind vorig jaar aan. Vlaanderen maakte onlangs nog bekend dat een grote campagne voor meer schoolstraten een succes is en een vervolg krijgt. Meer dan 130 Vlaamse scholen hebben een schoolstraat of hebben er vergaande plannen voor, meldt de campagne-site.

Maatwerk

Hoogstraten wil inspireren. Judith Schrijvers, duurzaamheidsambtenaar, lichtte in een workshop op het congres hun vierstappen-plan toe. Kernzinnen: Met de ogen van een kind kijken naar de routes naar school. En: kinderen zelf, maar ook ouders, heel actief betrekken bij het bedenken en uitvoeren van maatregelen. Doel is niet alleen het vergroten van de verkeersveiligheid, maar ook het terugdringen van CO2-uitstoot.

“Als gebruikers van schoolomgevingen kunnen meedenken over oplossingen, zijn ze vanaf begin af aan mee”, zegt Schrijvers. “Als je iets oplegt vanachter je bureau, werkt het niet. Je moet echt goesting hebben om met de gebruiker aan de slag te gaan.”

Vier stappen staan centraal in de Hoogstratense aanpak, kort gezegd: begin bij het kind, zoek met ouders naar oplossingen, testen en evalueren en tenslotte invoeren. Acht scholen doen mee, bij twee ervan hebben al het hele stappenplan doorlopen. De stappen zijn voor iedereen toepasbaar zijn, onderstreept ze. “Iedereen die een plein, straat of schoolomgeving wil herontwerpen en de gebruiker centraal wil stellen, kan ermee aan de slag. De stappen staan niet in beton gegoten, benadrukt Schrijvers ook. “We leveren maatwerk. Het tempo en de intensiteit is voor elke school anders.”

1. Wat wil het kind zelf?

Begin bij de leerling zelf, dat is de eerste stap, vertelt Schrijvers. “Wij starten met een belevingsonderzoek: hoe ervaren kinderen de schoolomgeving, wat vinden zij van ervan? Hier passen we verschillende methodieken toe, afhankelijk van de tijd: interviews, enquêtes bijvoorbeeld. Maar wat we ook gedaan hebben is kinderen GoPro meegegeven en de route op weg naar school filmen. Zo kunnen we op ooghoogte van een kind zien hoe zij route naar school beleven, en zien we dat ze echt moeten slalommen tussen de auto’s.”

De kinderen gaven aan: de auto neemt zoveel ruimte in beslag dat we te weinig ruimte hebben om te fietsen en te lopen

Dit heeft volgens de duurzaamheidsambtenaar al veel interessante inzichten opgeleverd. “Het was voor ons een goede basis om met volwassenen te praten, van: hoe ervaart uw kind de schoolomgeving? En wat we ook leerden: kinderen kunnen heel goed benoemen waar de knelpunten liggen. In Hoogstraten gaven de kinderen voornamelijk aan: de auto neemt zoveel ruimte in beslag dat we te weinig ruimte hebben om te fietsen en te lopen. Het derde punt heeft te maken met het gedrag van ouders en grootouders. De kinderen vinden dat die vaak te hard rijden en te snel de auto pakken.”

2. Samen uitdagingen formuleren en oplossingen zoeken

Zijn de resultaten van het belevingsonderzoek binnen, dan kunnen ze verwerkt worden. Dat gebeurt in stap twee. Schrijvers vertelt dat het in deze fase erg belangrijk is om goed inzicht te krijgen in de problemen – en die problemen hoeven niet voor iedere school dezelfde te zijn. “Inzicht krijgen kan op verschillende manieren: enquêtes, mensen bevragen, tellingen, data verzamelen. Maar je moet ook gewoon kijken: zorg dat je er ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds bent en bestudeer hoe de verkeersstromen van fietsers, auto’s en voetgangers in elkaar grijpen en waar de knelpunten zitten. Als er erkenning is voor de problemen, kun je samen zoeken naar oplossingen.”

Even goed belangrijk is, onderstreept Schrijvers, om na te gaan wie de stakeholders zijn en om die erbij te betrekken. “Uiteraard de school zelf, de leerkrachten, ouders, grootouders, maar ook buurtbewoners, de handelaar op de hoek, De Lijn, de politie. Iedereen moet de kans krijgen om mee te denken.”

Oplossingen

Zijn de knelpunten in kaart gebracht, dan kan nagedacht worden over de oplossingen. De gemeente organiseert hiervoor ‘co-creatiesessies’. Hier worden volwassenen, ouders en grootouders voornamelijk, uitgedaagd om creatieve oplossingen te bedenken. En belangrijk: oplossingen die ze zelf in de hand hebben. Daarna toetst Hoogstraten die maatregelen bij een aantal mobiliteitsexperts én bij de kinderen zelf.

“Zo kwamen we tot een pakket maatregelen dat klaar was om te testen. De maatregelen worden breed gedragen. De mensen die ze hebben bedacht, zijn mede-eigenaar.” De oplossingen kunnen heel verschillend van aard zijn, legt de Hoogstratense ambtenaar uit aan de zaal. Een straat rond openen en sluiten van de school dichtgooien voor gemotoriseerd verkeer bijvoorbeeld, de schoolstraat dus. Of van een straat een fietsstraat maken. Of een apart deel op de weg vrijhouden voor kinderen of fietsers. Maar het kan ook net zo goed het bevorderen van carpoolen zijn.

3. Invoeren, testen en evalueren

Nu start de pilotfase. “Ik denk dat het heel belangrijk is dat je in deze fase benadrukt: laten we het samen doen, en: we testen slechts, nog niks is definitief.”

Testen kan met tijdelijke infrastructuur: tijdelijke borden, betonblokken als wegafscheiding. Het hoeft nog niet perfect te zijn en veel geld te kosten, onderstreept Schrijvers.

Je merkt snel genoeg of mensen tevreden zijn

Het is volgens haar belangrijk dat je als gemeente, als school of als politie aanwezig bent en kijkt of de maatregelen werken of niet. Indien nodig moet je bijsturen. Dan is het handig als je een beroep kunt doen op de technische dienst van de gemeente.

Evalueren

Dan breekt de tijd van evalueren aan. “Dat kan heel uitgebreid, met een enquête”, zegt Schrijvers. “Maar het kan ook even snel. Wij hadden laatst op een schoolfeest een bord neergezet waarop mensen stickertjes konden plakken. Je merkt snel genoeg of mensen tevreden zijn.”

De testfase in Minderhout. Tekst gaat verder onder de video

Schrijvers geeft mee dat mensen niet op hun individuele ervaring bevraagd moeten worden, maar op die van de groep. “Laat het reflecteren op de vraag wat het effect van de maatregel is op de fietsers en wandelaars. In Minderhout zagen we dat 80 procent van de bevraagden een best moeilijke maatregel, zoals het afsluiten van een school voor gemotoriseerd verkeer, echt omarmd hebben, omdat ze zagen dat het een positief effect had op een grote groep.”

4. Testopstelling geslaagd, houden zo!

Na de testfase, en na een positieve evaluatie, kunnen de maatregelen definitief ingevoerd worden. “Communiceer daar goed over”, zegt Schrijvers tegen de zaal.

Er zijn een aantal ‘quick wins’, vertelt de ambtenaar. Die moet je snel uitvoeren om te laten zien dat het menens is. Grotere investeringen, zoals het herinrichten van een straat, zullen enige tijd vergen. “Het is belangrijk dat je daar de tijd en de middelen voor hebt.”

Een gouden tip: goed communiceren

“Hou het contact met de doelgroep warm. Dat kan via een website, de krant, nieuwsbrieven – zorg dat je herkenbaar bent. Zorg dat mensen weten wat er verandert en wat er van hen verwacht wordt. Zoals een ouder laatst zei: ‘ik had geen tijd om naar de sessies te gaan, maar ik voelde me enorm betrokken omdat ik steeds op de hoogste werd gehouden.'”

Meer over de methodiek is te vinden op hoogtraten.be/school-straten

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is redacteur van VerkeersNet.nl. Hij schrijft ook regelmatig voor de andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.