Onderzoek naar heet hangijzer: maximaal 30 binnen bebouwde kom?

Moet het snelheidsmaximum op meer wegen binnen de bebouwde kom naar 30 kilometer per uur? En zo ja, hoe dan? Wat zijn de consequenties? Over die vragen is veel discussie. Maar hoe het echt zit, dat willen Hans Godefrooij en Rico Andriesse, adviseurs bij respectievelijk DTV Consultants en Goudappel Coffeng, achterhalen met een grootschalig onderzoek.

Het is een heet hangijzer, ziet Godefrooij: moet het snelheidslimiet op alle wegen binnen de bebouwde kom naar 30 kilometer per uur? De RAI vereniging roept het, zegt hij, het staat in de Fietsvisie van de Fietsersbond, het is een van de maatregelen in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid, veel Amsterdamse snorfietsers willen het. “Er zijn veel voorstanders en veel tegenstanders. Maar hoe zit het echt? In die discussie willen we lijn aan gaan brengen.”

Handschoen

En dat het onderwerp de gemoederen flink bezighoudt, blijkt ook wel uit de grote interesse voor hun sessie tijdens het Nationaal Fietscongres deze donderdag 20 juni. De hele zaal zit vol, van buiten worden nog snel extra stoelen gehaald. De behoefte aan grootschalig onderzoek is, zo moet je concluderen, is groot. Godefrooij, werkzaam bij DTV Constultants, en Andriesse, werkzaam bij Goudappel Coffeng, willen “de handschoen samen oppakken”.

Ze willen vooral kijken naar het ‘hoe’: hoe kun je straten het beste ombouwen? En wat zijn de consequenties daarvan? De antwoorden geven volgens hen vervolgens de argumenten op basis waarvan de discussie verder kan worden gevoerd of we het nieuwe maximum, al dan niet overal, zouden moeten willen.

Godefrooij wijst op de verwachte voordelen van de 30-km/uur-maatregel. Het wordt veiliger op de weg. Snelle fietsers en andere snelle voertuigen kunnen naar de rijbaan, waardoor fietsers en voetgangers meer ruimte krijgen. Als auto’s niet zo snel meer kunnen, winnen fietsen en lopen aan populariteit. En dat is niet alles: de geluidsoverlast vermindert en de luchtkwaliteit verbetert. “Toch?, zeg ik er dan meteen bij. En, vooral: hoe krijgen we dit voor elkaar?”

OV

Dat is nog wel ‘een dingetje’, blijkt uit zijn woorden. “Je kunt een 30-bord neerzetten, maar ik kan mij niet voorstellen dat iemand denkt dat er dan ook automatisch overal 30 kilometer per uur gereden wordt. Voldoen de bestaande ontwerpmiddelen die we hebben? Wat betekent het voor de positie van fietsers? Is het niet aantrekkelijker voor automobilisten om sluiproutes te nemen? Leidt het niet tot langere reistijden voor het OV? Of langere aanrijtijden voor hulpdiensten? Dat zijn allemaal vragen waarop we antwoord zouden willen hebben.”

Hoe zorg je er als ontwerper voor dat iedereen zich toch aan de snelheid houdt?

Aan de onderzoeksvragen ligt een gedegen onderzoeksopzet ten grondslag. Godefrooij en Andriesse en hun collega’s stelden het op tijdens een recente ‘ateliersessie.’ Hierin verkenden ze samen met vertegenwoordigers van vijftien grote gemeenten en andere belangrijke stakeholders de belangrijkste (beleids-) wensen en dilemma’s rond ‘het nieuwe 30’.

Bebording

Het onderzoek gaat uit vier onderdelen bestaan, legt Andriesse uit. In het eerste deel staat de vraag centraal welke wegkenmerken de snelheid van gemotoriseerd verkeer beïnvloeden. Beide elementen krijgen aandacht, zowel snelheden als wegkenmerken. Denk bij wegkenmerken aan aanwezigheid, breedte en kleur van fietsstroken, en aanwezigheid en zichtbaarheid van bebording, maar ook de vormgeving van kruispunten.

“Waarom is dat belangrijk?”, is de retorische vraag die hij opwerpt. “We weten heus wel hoe je een 30 km/uur-straat goed inricht: smal, hier en daar een drempeltje. Maar wat als je te maken hebt met een straat waar zes, zevenduizend auto’s door moeten? Zo’n straat is bovendien breder. Hoe zorg je er als ontwerper voor dat iedereen zich toch aan de snelheid houdt? Welke wegkenmerken beïnvloeden snelheid en op welke manier? We gaan heel Nederland en analyseren een hele bak data en kenmerken.”

Oversteken

Het tweede onderdeel beschrijft Andriesse als de kern, het hoofdonderzoek. Centraal hierin staat praktijkonderzoek. “We zoomen in op drukkere 30 km/uur-wegen. Hoe bevallen die? Voor fietsers? Voor mensen die moeten oversteken? Wat bepaalt dat een dergelijke weg goed, of juist niet goed werkt? Voor verschillende types straten willen we een koppeling maken tussen omgeving, ervaringen en wegkenmerken.” Dat willen ze doen door onder meer te kijken naar de rijsnelheden van gemotoriseerd verkeer en naar de tevredenheid van gebruikers en omwonenden.

Wat doet de maatregel met de snelheid? De tevredenheid van omwonenden en gebruikers? De effecten op het OV en hulpdiensten?

Voor- en na-onderzoek is het derde onderdeel van het onderzoek. De bedoeling is om een aantal wegen die binnenkort heringericht worden en/of waar het snelheidsregime verandert, voor een langere tijd te volgen. Zo ontstaat inzicht in de effecten van de ingreep. Wat doet het met de snelheid? De tevredenheid van omwonenden en gebruikers? De effecten op het OV en hulpdiensten? De focus is breed, legt Andriesse uit. “We kijken niet alleen naar een langere periode, we kijken ook een groter gebied. Zo kunnen we zien wat de effecten van de maatregel zijn elders in de omgeving.”

Draagvlak

In het vierde en laatste deel van het onderzoek is ruimte voor discussie en verdere uitbouw van het onderzoek. Het is nog niet concreet ingevuld, vertelt Andriesse. “Er zijn veel partijen, meningen en belangen. Wie moet over wat gehoord worden? Hoe kunnen we het onderzoek verdiepen? Het draagvlak vergroten? Hoe zit het met handhaving? Moet de wet aangepast worden?”

Andriesse doet, tenslotte, een beroep op de deelnemers aan de sessie. “Onze vraag is: doet u mee? Want het project wordt pas een succes als we het met elkaar oppakken.”

Auteur: Jan Pieter Rottier

Jan Pieter Rottier is redacteur van VerkeersNet.nl. Hij schrijft ook regelmatig voor de andere vakbladen van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.