Kinderen op de fiets

Verkeersveiligheid kinderen sterk verbeterd

De verkeersveiligheid van kinderen in Nederland is de laatste jaren sterk verbeterd. De afname in het aantal verkeersdoden van 0 tot 14 jaar lijkt echter te zijn gestagneerd. Dat zijn de belangrijkste bevindingen uit de bijgewerkte factsheet van Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) over kinderen in het verkeer.

In de periode 1996-2000 kwamen er gemiddeld 65 kinderen per jaar om het leven in het verkeer. Dat nam de jaren  daarna over het algemeen af. Sinds ongeveer vijf jaar is de afname gestopt en vallen er tussen de vijftien en twintig verkeersdoden tot veertien jaar per jaar. In 2018 ging het om negentien kinderen. Als het gaat om verkeersgewonden, was de groep tot veertien jaar in 2007 goed voor 10 procent van het totaal. In 2017 was dat afgenomen tot 6 procent.

Meeste slachtoffers op de fiets

De meeste slachtoffers onder kinderen vallen wanneer zij als fietser of voetganger aan het verkeer deelnemen. In de periode 2008-2017 vielen de meeste dodelijke slachtoffers onder kinderen op de fiets in een botsing met een auto (38 doden), gevolgd door kinderen als voetganger in een botsing met een auto (28 doden) en fietsende kinderen in een botsing met een vrachtauto (24 doden). Slachtoffers onder kinderen die als passagier in een auto meereden, komen ook relatief vaak voor. Kinderen in de leeftijdscategorie 0 to 4 jaar komen het vaakst te overlijden als inzittende van een auto.

Van alle groepen kinderen in het verkeer ligt het grootste verkeersveiligheidprobleem bij de fietsers van 12 tot en met 14 jaar. Ze nemen dan vaker de fiets om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. Een opvallende statistiek betreft dan ook het aantal verkeersongevallen met kinderen in de periode dat het nieuwe schooljaar weer begint. Veel mensen vragen zich af of er dan meer ongelukken plaatsvinden. In september blijkt dat, over de periode 2005-2014, met name voor 12-jarigen het geval.

“Een mogelijke verklaring is dat zij dan voor het eerst naar de middelbare school fietsen”, redeneert SWOV. “Zij moeten in het begin nog wennen aan een nieuwe, vaak langere, route en soms een nieuwe fiets. Onder de andere leeftijden is de toename van het aantal slachtoffers in september minder groot.”

Snelheidsreductie

De meeste verkeersdoden onder kinderen vielen in de periode 2008-2017 door een botsing als fietser met een auto (21 procent), gevolgd door een botsing als voetganger met een auto (16 procent) en als fietser met een vrachtauto (14 procent).

Vergeleken met andere leeftijdsgroepen overlijden kinderen minder vaak in het verkeer en raken ze ook minder vaak ernstig gewond door een verkeersongeval. Dit komt vooral door de toename van zones met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, de verbeterde veiligheid van auto’s voor inzittenden en meer gebruik van verbeterde kinderzitjes en -stoeltjes, aldus SWOV.

Al met al is de verkeersveiligheid voor kinderen dus sterk verbeterd. Of dat met formele educatie maken heeft is lastig na te gaan, maar SWOV onderstreept wel het belang van de opvoeding en oefenen in het echte verkeer als het om verkeersveiligheid voor kinderen gaat. Als maatregelen voor verdere verbetering van die veiligheid noemt SWOV snelheidsreductie van het verkeer op plaatsen en tijden waar veel kinderen zijn, het verbeteren van voertuigveiligheid, educatie en meer gebruik van veiligheidsmiddelen als kinderzitjes.

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is redacteur bij ProMedia. Hij schrijft vooral over personenvervoer en mobiliteit.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.