Ongeval met spookrijder op A73 (bron: ANP)

OVV: beter ongevalsonderzoek nodig voor verbetering verkeersveiligheid

Het ongevalsonderzoek van Rijkswaterstaat kan in verschillende opzichten worden verbeterd, zodat de leerpunten uit de onderzoeken een grotere bijdrage aan de verkeersveiligheid opleveren. Verkeersongevallen op snelwegen worden niet volledig onderzocht. Dat is de conclusie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV).

De OVV werd gevraagd onderzoek te doen naar aanleiding van een ongeval met een spookrijder op de A73 in 2017. Daarbij kwamen zowel de spookrijder zelf als een tegemoetkomende bestuurder om het leven. Dit riep vragen op, onder meer omdat op ditzelfde traject in 2010 ook al een spookrijongeval had plaatsgevonden. Hier was onderzoek naar verricht, maar het was bij Rijkswaterstaat niet bekend of de aanbevelingen waren opgevolgd.

Onoverzichtelijke wegsituatie

Daarom vroeg de minister van Infrastructuur en Waterstaat de Onderzoeksraad voor Veiligheid om een onderzoek in te stellen, om zo waar mogelijk de onduidelijkheden weg te nemen en de vraag te beantwoorden welke lessen er kunnen worden getrokken. De conclusie is dat één van de oorzaken ligt op de plek waar de bestuurder start met spookrijden. De wegsituatie is op deze afrit nogal onoverzichtelijk, waardoor automobilisten zich kunnen vergissen.

In het originele onderzoek lag de focus op de tunnel en de verwerking van de meldingen van medeweggebruikers, niet de mogelijke oorzaak van het gedrag van de automobilist. Daardoor bleef de onoverzichtelijke verkeerssituatie bij de oprit aanvankelijk buiten het zicht van de het ongevalsonderzoek. De OVV kon geen informatie over de rijgeschiktheid van de spookrijder achterhalen, door het vernietigen van de bloed- en urinemonsters. De politie was wel een strafrechtelijk onderzoek gestart, maar omdat de enige verdachte, de spookrijder, bij het ongeval was overleden werd het strafrechtelijk onderzoek al snel beëindigd.

Bredere scope

Nu nogmaals gekeken is naar de ongevallen, stelt de Onderzoeksraad dat er nog wel wat te winnen valt bij ongevalsonderzoek om de verkeersveiligheid te verbeteren. Rijkswaterstaat ging na het ongeval wel na of de normen en standaarden waren nageleefd, maar de vraag of de normen en standaarden nog wel volstaan werd niet opgepakt. Het roept ook vragen op dat de politie het onderzoek stopzet als verdachten zijn overleden. In het belang van verkeersveiligheid én voor betrokkenen en nabestaanden zou een onderzoek volgens de OVV altijd moeten worden uitgevoerd en afgerond.

Bovendien benadrukt Veiligheidsraad dat organisaties zoals Rijkswaterstaat ervoor moeten waken om geïsoleerd te zoeken naar factoren die tot een verkeersongeval leiden. Dat voorkomt bijvoorbeeld dat relevante organisaties niet bij het onderzoek betrokken worden. “Diverse organisaties zijn verantwoordelijk voor verkeersveiligheid: Rijkswaterstaat en andere weg- en tunnelbeheerders, de politie, het Openbaar Ministerie en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Als al deze organisaties bij het onderzoek naar ongevallen worden betrokken, kan systematisch worden nagegaan wat van een verkeersongeval kan worden geleerd om vergelijkbare ongevallen in de toekomst te voorkomen”, staat in het rapport.

Medewerkers

Het leerproces werd daarnaast geremd omdat werknemers of leveranciers van Rijkswaterstaat als natuurlijke personen strafrechtelijk vervolgd kunnen worden vanwege individuele handelingen bij de uitoefening van werkzaamheden. Door maatschappelijke ontwikkelingen voelt strafvervolging steeds meer als realiteit. “Om van ongevallen te leren is het van belang dat mensen die betrokken zijn bij een ongeval zich veilig voelen om hun waarnemingen en inzichten te delen.”

Aanbevelingen

De Onderzoeksraad heeft in het rapport vier aanbevelingen geformuleerd. Het gaat om het vergroten van inzicht in spookrijproblematiek, meer effectiviteit van onderzoek naar ongevallen, een ander wettelijk kader voor onderzoek naar verkeersongevallen en beter begrip voor de verschillende werkwijzen bij Rijkswaterstaat en het OM.

1. Bevorder in het ministerie en bij Rijkswaterstaat het inzicht in de spookrijproblematiek en benut de opgedane kennis om preventieve maatregelen te nemen. Onderneem daartoe in ieder geval de volgende activiteiten.

  • Begin met de situatie op de A73 die in dit rapport is beschreven. Neem maatregelen op de betreffende spookrijlocatie en eventuele vergelijkbare locaties, die ertoe leiden dat de kans op spookrijden zo klein wordt als redelijkerwijs mogelijk is.
  • Verzamel informatie over de aard en omvang van de spookrijproblematiek.
  • Organiseer een proef met detectie en alarmering van spookrijders op afritten.
  • Onderzoek en implementeer maatregelen die ervoor moeten zorgen dat een signaal over spookrijden zo snel mogelijk zo veel mogelijk weggebruikers bereikt.
  • Verbeter de effectiviteit van de huidige richtlijnen die spookrijden moeten voorkomen en vergroot het handelingsperspectief voor tunnelbeheerders.
  • Werk hierbij samen met andere wegbeheerders.

2. Bevorder de effectiviteit van het onderzoek naar verkeersongevallen. Neem daartoe in ieder geval de volgende maatregelen.

  • Ontwikkel criteria om te bepalen welke verkeersongevallen en bijna-ongevallen zich lenen voor ongevalsonderzoek.
  • Zorg ervoor dat die onderzoeken zo worden uitgevoerd dat ze inzicht bieden in de ongevalsfactoren. Onderzoek niet alleen of normen, richtlijnen en protocollen zijn nageleefd, maar ook of zij nog adequaat zijn.
  • Betrek bij deze onderzoeken relevante partijen zoals andere wegbeheerders en politie.
  • Zorg ervoor dat binnen Rijkswaterstaat sprake is van een werkomgeving waarin medewerkers veilig zijn en zich veilig voelen om hun mening te geven en te reflecteren op gemaakte fouten, zodat optimaal kan worden geleerd van ongevallen.

Aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Justitie en Veiligheid:

3. Pas het wettelijk kader voor onderzoek naar verkeersongevallen aan, zodat de politie in staat wordt gesteld om alle relevante informatie over verkeersongevallen te verzamelen, ook als niet strafrechtelijk wordt vervolgd. Dit geldt in het bijzonder voor onderzoek naar het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen tijdens deelname aan het verkeer.

Aan het Openbaar Ministerie en Rijkswaterstaat:

4. Zorg voor een beter onderling begrip van elkaars werkwijze door zowel periodiek als naar aanleiding van concrete ongevalsonderzoeken en -evaluaties bestuurlijk overleg met elkaar te voeren. Geef daarnaast uitleg aan medewerkers en opdrachtnemers van Rijkswaterstaat over de richtlijnen die het Openbaar Ministerie hanteert bij de afweging om naar aanleiding van een ongeval een strafrechtelijke procedure te starten

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.