Aanbevelingen om écht risicogestuurd te werken aan verkeersveiligheid

De verkeersveiligheid in Nederland staat onder druk. Het aantal ernstige verkeersslachtoffers stijgt weer en het terugdringen van het aantal verkeersdoden stagneert. In 2018 werd daarom het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) geïntroduceerd. Gemeenten moeten risicogestuurd werken. Lukt ze dat inmiddels? Daarvoor heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gesprekken gevoerd met honderd ambtenaren en wethouders. Met aanbevelingen voor alle partijen tot gevolg.

“We ontvingen signalen dat er grote verschillen bestaan tussen de verschillende gemeenten”, vertelt Robert Smits, beleidsadviseur mobiliteit bij de VNG. “Door met zoveel gemeenten in 2021 het gesprek aan te gaan, hebben we echt een goed beeld gekregen wat er leeft bij lokale overheden en waarom de ene gemeente wel al risicogestuurd werkt en een andere nog niet. Dit kunnen we gebruiken om beter ondersteuning te bieden.”

Risicogestuurd werken

Risicogestuurd werken houdt in dat gemeenten niet wachten tot er ongevallen gebeuren om actie te ondernemen, maar al vooraf analyseren waar risico’s zitten en die aanpakken. Zo kunnen incidenten worden voorkomen. “Verkeersveiligheid is een ontzettend belangrijk onderwerp, maar het was voorheen vaak zo dat er pas iets op de agenda kwam als er ergens een ongeluk was gebeurd. Risicogestuurd werken is juist de manier van nu”, legt Smits uit.

Hoewel het plan al enkele jaren geleden werd gepresenteerd, blijken nog niet alle lokale overheden structureel hiermee bezig te zijn of zelfs te zijn begonnen. Twee derde werkt nu risicogestuurd; een derde nog niet. Iets meer dan één op de tien gemeenten is al zover dat ze behalve een risicoanalyse ook een uitvoeringsagenda of een uitvoeringsprogramma heeft.

Knelpunten

Vooral kleine gemeenten blijken te worstelen met de uitvoering van het SPV. Smits: “Dat heeft erg te maken met geld en capaciteit. Met name voor de kleinere gemeenten, is dit lastiger voor elkaar te boksen.” Toch hebben ook grotere gemeenten soms moeite om voldoende financiële middelen bij elkaar te krijgen. Er is weliswaar subsidie beschikbaar vanuit het Rijk, waardoor wel acties ondernomen kunnen worden die anders niet mogelijk waren. Maar hierbij is co-financiering een vereiste en deze bedragen zijn niet altijd voorhanden. Uit de honderd gesprekken bleek dat dit tekort aan financiële middelen ook een reden kan zijn om geen risicoanalyse en uitvoeringsplannen te maken.

Andere motieven om nog niet risicogestuurd te werken zijn dat lokale overheden de meerwaarde niet altijd zien, een gebrek aan gevoel van urgentie of dat het ontbreekt aan voldoende samenwerking in de regio. Sommige gemeenten ervaren weinig ondersteuning van provincies of vinden dat het te weinig over verkeersveiligheid gaat tijdens de interactie tussen gemeente, politie en Openbaar Ministerie.

Daarnaast heeft het onderzoek getoond dat beleidsmedewerkers wel bekend zijn met de SPV, maar wethouders nog lang niet altijd. Geen conclusie die Smits erg verbaasde. “Iedereen vindt verkeersveiligheid een ontzettend belangrijk thema, maar het is moeilijk om hier actief op te blijven inzetten zolang het goed gaat. Al is het idee van het SPV natuurlijk om niet te wachten tot ongevallen gebeuren, maar die te verhoeden.”

Aanbevelingen voor gemeentes

Wat kan hier dan aan gedaan worden? Voor zes partijen bevat het rapport uiteindelijk zeven aanbevelingen. Niet alleen voor ministeries of ondertekenaars van het startakkoord, maar ook voor gemeenten en voor de VNG zelf. Smits: “Dit rapport maakt voor alle partijen duidelijk waar de winst zit. Met dit rapport onder de arm kunnen wij helpen om beter met het SPV aan de slag te gaan.”

Wethouders krijgen het advies om de raad op tijd te betrekken bij de risicogestuurde manier van werken. Op die manier ziet de raad ook wat de meerwaarde is en kan die middelen beschikbaar stellen. De VNG wijst er nog eens op dat investeringen in verkeersveiligheid zich uiteindelijk altijd terugbetalen.

Voor ambtenaren is vooral winst te behalen door deze manier van werken nog beter bij de wethouder onder de aandacht te brengen. Zij kunnen een mobiliteitsvisie maken en de plannen voor verkeersveiligheid onderbouwen met een risicoanalyse. Het is verder verstandig om het lokale SPV-uitvoeringsprogramma en de uitvoeringsagenda in de mobiliteitsvisie te integreren. Een aanvullend advies voor gemeenten is om op te trekken met andere gemeenten, bijvoorbeeld om – bij krapte – de taken te kunnen verdelen.

Ministeries

De ministeries van Infrastructuur en Justitie en Veiligheid kunnen ook ondersteuning bieden. De eerste kan extra financiële middelen of een pool van adviseurs beschikbaar stellen, terwijl het ministerie van JenV juist kan helpen door de politiecapaciteit slimmer in te zetten en meer prioriteit te geven aan handhaving op gemeentelijke wegen. Aandacht rond verkeershandhaving moet juist gaan naar gemeentelijke wegen, aangezien daar de meeste verkeersslachtoffers vallen. Het is belangrijk om het gevoel te vergroten dat mensen op die wegen een boete kunnen krijgen voor te hard rijden. Snelheid is vaak de boosdoener bij ongevallen.

Voor het Kennisnetwerk SPV geldt dat het zijn bekendheid moet vergroten. Er zijn al veel hulpmiddelen beschikbaar, maar beleidsmedewerkers weten nog lang niet altijd dat ze bij dit netwerk kunnen aankloppen. Voor de ondertekenaars van het SPV-startakkoord ligt er een taak om zich bezig te houden met het governance, aangezien daar veel onduidelijkheid over blijkt te bestaan. Zijn er goede voorbeelden die op andere locaties gekopieerd kunnen worden? De VNG adviseert hierin vooral om samen te werken. Gemeenten kunnen de handen ineenslaan met de vervoerregio en provincie, maar ook onderling.

Smits wijst erop dat er al veel gebeurt om lokale overheden bij te staan. Op de site van het Kennisnetwerk is veel informatie beschikbaar en het ministerie van IenW werkt aan een ondersteuningsprogramma voor gemeenten die achterblijven met de risicoanalyse. “Het is zaak dat de gemeenten die achterblijven structureel worden geholpen”, merkt Smits op.

Aanbeveling VNG

De aanbeveling voor de VNG is om aandacht te blijven houden voor verkeersveiligheid. De vereniging wordt geadviseerd een bestuurdersnetwerk op te zetten, waarbij ook gemeenten worden betrokken uit wat minder betrokken gemeenten. Met dat actiepunt gaat Smits zelf aan de slag. Smits: ”Het is duidelijk dat dit een onderwerp is waarop we als VNG blijvend moeten inzetten.”

ver

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Neem nu een gratis proefabonnement van een maand.

Bekijk de aanbieding

Auteur: Inge Jacobs

Inge Jacobs is vaste redacteur voor VerkeersNet en schrijft daarnaast voor verschillende andere vakbladen van Promedia Group, zoals OVPro.nl en TaxiPro.nl.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.