Nieuwe verkeersregels per 1 mei 2009

Per 1 mei 2009 verandert een aantal verkeersregels. Zo mogen personenauto’s en bestelauto’s die een lichte aanhangwagen trekken, op autowegen en autosnelwegen voortaan 90 km per uur rijden. Ook mag een parkeerschijf voortaan alleen nog achter de voorruit van de auto worden geplaatst. Verder is het vasthouden van een mobiele telefoon ook verboden voor bestuurders van een snorfiets, net als voor bromfietsers.

De belangrijkste wijzigingen op een rij:

Maximumsnelheid aanhangers en kampeerauto’s
Personenauto’s en bestelauto’s die een lichte aanhangwagen trekken, mogen op autowegen en autosnelwegen voortaan 90 km per uur rijden. Onder een lichte aanhangwagen wordt verstaan: een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg. Eenvoudig gezegd is dat het gewicht van de lege aanhangwagen plus het gewicht dat maximaal aan bagage mag worden meegenomen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan caravans, vouwwagens, paardentrailers en boedelbakken. Heeft de aanhanger een eigen kenteken, dan staat de ‘toegestane maximum massa’ vermeld in het kentekenbewijs. Door deze verhoging van de maximumsnelheid worden de snelheidsverschillen tussen auto’s met een aanhanger en het overige verkeer kleiner.

Kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg die afgeleid zijn van een vrachtauto, mogen op autowegen en autosnelwegen niet harder rijden dan 80 km per uur. Vanwege de verkeersveiligheid ligt het voor de hand dat voor dit soort zware campers dezelfde maximumsnelheid geldt als voor gewone vrachtauto’s.

Parkeerschijf
Een parkeerschijf mag voortaan alleen nog achter de voorruit van de auto worden geplaatst. Zo kunnen er geen misverstanden meer ontstaan over de plek van de parkeerschijf in de auto. Van buiten af moet de parkeerschijf goed zichtbaar zijn. Bovendien mag het tijdstip van aankomst op de parkeerschijf alleen nog handmatig worden ingesteld. Parkeerschijven met een mechanisme dat het tijdstip van aankomst automatisch verschuift, mogen dus niet meer gebruikt worden. Door het verbieden van dergelijke apparaten wordt voorkomen dat een parkeerplaats te lang door hetzelfde voertuig wordt bezet. Bij het instellen van de parkeerschijf mag het tijdstip van aankomst naar boven worden afgerond op het eerstvolgende hele of halve uur. Dit was al zo, maar veel mensen waren hiervan niet op de hoogte.

Op een gehandicaptenparkeerplaats waar met een bord een maximale parkeerduur is aangegeven, moet een parkeerschijf worden gebruikt. Zo wordt tegengegaan dat hetzelfde voertuig te lang op een gehandicaptenparkeerplaats staat. Dergelijke parkeerplaatsen hoeven overigens niet voorzien te zijn van een blauwe streep.

Brommobiel en helm
Bestuurders en passagiers van een open brommobiel waarin geen gordels zitten, moeten voortaan een helm dragen. Inzittenden van dit soort voertuigen zijn zeer kwetsbaar. Met een helm op hebben zij bij een ongeval dezelfde bescherming als bijvoorbeeld motorrijders en bromfietsers.

Snorfiets en mobiele telefoon
Het vasthouden van een mobiele telefoon is voortaan ook verboden voor bestuurders van een snorfiets. Handheld bellen op een snorfiets brengt immers dezelfde veiligheidsrisico’s met zich mee als op een bromfiets. Voor bromfietsen en brommobielen gold dit verbod al, net als voor andere gemotoriseerde voertuigen.

Uitrijstrook
Bestuurders die na het verlaten van de doorgaande rijbaan op een uitrijstrook rijden, moeten deze uitrijstrook blijven volgen. Uitrijstroken (ook wel uitvoegstroken genoemd) komen vooral voor op autosnelwegen en autowegen. Met deze nieuwe regel wordt tegengegaan dat bestuurders de doorgaande rijbaan verlaten, via de uitrijstrook een file op de doorgaande rijbaan inhalen en vervolgens weer invoegen. Dergelijk misbruik van de uitrijstrook roept bij veel weggebruikers ergernis en soms zelfs agressie op.

Deze regels zijn onderdeel van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. Een verkorte versie van dit reglement is te vinden op www.verkeerenwaterstaat.nl onder ‘Verkeersborden en verkeersregels’.

De volgende wijziging maakt deel uit van de Regeling voertuigen die eveneens per 1 mei 2009 in werking treedt:

Lichtarmatuur en type lamp

Lichtarmaturen van voertuigen mogen voortaan alleen voorzien zijn van het type lamp waarvoor ze zijn goedgekeurd. Zo moet in koplampen met een code HC, HR of HCR een halogeenlamp zitten. Gasontladingslampen (“Xenonlampen”) horen in armaturen met een code DC, DR of DCR. Gasontladingslampen geven veel meer licht dan halogeenlampen. Om te zorgen dat er geen weggebruikers door worden verblind, is het zeker voor gasontladingslampen van belang dat zij alleen worden gebruikt in speciaal daarvoor bestemde armaturen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve jaaraanbieding: € 7,50 i.p.v. € 10,50. 

Bekijk de aanbieding

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.