‘Leg focus autonoom vervoer meer op infrastructuur’

In plaats van louter in te zetten op technologie die de auto zélf autonoom maakt, kan beter worden gewerkt aan de aanpassing van de verkeersinfrastructuur. Zo kunnen semi-autonome voertuigen zich stapsgewijs ontwikkelen tot volledig autonome voertuigen. Daarvoor pleiten onderzoekers van het Utrechtse bedrijf 2getthere, dat wereldwijd autonome vervoerssystemen levert.

2getthere levert autonome vervoerssytemen aan projecten wereldwijd, zoals het Rivium Businesspark in Capelle aan den IJssel, Bluewaters Island in Dubai en diverse attractieparken in de Verenigde Staten. Onlangs publiceerde het bedrijf het whitepaper ‘When will autonomous transit be a reality?’ Een grootschalige introductie van zelfrijdende auto’s in het huidig stadsverkeer is volgens 2getthere de komende tien tot vijftien jaar geen haalbaar scenario.

Spectaculaire pilots

Volgens de auteurs van het whitepaper, Robbert Lohmann en Sjoerd van der Zwaan, respectievelijk Chief Operations Officer en Chief Technology Officer bij het Utrechtse bedrijf, is er in de wereld van autonoom vervoer sprake van een ‘waterscheiding’. Aan de ene kant staan de autofabrikanten, die grootschalig inzetten op technologie die auto’s binnen nu en enkele jaren in staat stelt volledig zelfstandig hun weg te vinden op de snelwegen. Aan de andere kant staan de ontwikkelaars van geautomatiseerde openbaar vervoerssystemen, die autonome voertuigen koppelen aan omgevingstechnologie en aparte rijstroken. Dergelijke ‘semi-autonome’ systemen zijn al volop in gebruik. In Nederland is dat onder meer op het Rivium Businesspark in Capelle aan den IJssel.

“We zien dat autofabrikanten en tech-bedrijven met enorme marketingbudgetten en spectaculaire pilots zowel de publieke opinie als de politieke besluitvormers voor hun zaak proberen te winnen”, zegt Lohmann. “In werkelijkheid concluderen wij dat ondanks de ontegenzeggelijk spectaculaire technologische vooruitgang, de volledig zelfrijdende auto (Level 5) nog vele jaren op zich zal laten wachten – als hij er al ooit komt. Wij pleiten in onze whitepaper dan ook voor een paradigma shift: begin met geautomatiseerd vervoer in gecontroleerde omgevingen (Level 4), en maak vervolgens die omgevingen stapsgewijs steeds iets minder gecontroleerd. Zo kan de techniek langzaam volwassen worden, zonder dat de veiligheid van de passagiers in het geding komt.”

Stapsgewijze ontwikkeling

Het voordeel van deze denkwijze is volgens de auteurs dat de maatschappij sneller de vruchten kan plukken van autonoom vervoer, zonder dat er sprake is van ‘de wet van de remmende voorsprong.’ “Autonome voertuigen kunnen de capaciteit van het openbaar vervoer sterk vergroten omdat ze een natuurlijk verlengstuk ervan zijn in het voor- en natransport”, aldus Lohmann.

“We zien dat in Capelle, waar onze Parkshuttle al jaren een populaire ‘last mile’-oplossing is om van metrostation Kralingse Zoom naar Rivium Businesspark te reizen. Inmiddels is besloten om het huidige systeem te vernieuwen en de route uit te breiden. Dat betekent dat de Parkshuttle straks deels ook over de openbare weg zal rijden. Zo kunnen we stapsgewijs groeien naar een situatie waarin alle vervoersvormen als auto, fiets, waterbus, Parkshuttle en metro goed op elkaar aansluiten. Zelfrijdend vervoer maakt straks echt integraal onderdeel uit van de vervoersketen.”

Campussen

Volgens de auteurs zijn bedrijfscampussen maar ook vliegvelden uitermate geschikt om te experimenteren met grensverleggende autonome vervoersoplossingen. Lohmann: “Je kent de parameters en je weet aan welke knoppen je kunt draaien. Demonstraties van wat er over jaren misschien mogelijk is zijn leuk, maar moeten besluitvormers niet op het verkeerde been zetten. We moeten zo snel mogelijk toe naar echt werkende applicaties op basis waarvan we generatie na generatie nieuwe technieken kunnen introduceren. Onze voorspelling is dat juist dit autonoom vervoer in de stad sneller dichterbij zal brengen.”


Mail de redactie

MEER OVER DIT ONDERWERP